De woningbouw bloeit nog volop, maar een omslag zit eraan te komen

10 juli 2023

Verschillende betrokken partijen in de bouwsector waarschuwen al sinds vorig jaar dat de nieuwbouw niet stil mag vallen. Minister Hugo de Jonge heeft de ambitie om tot 2030 maar liefst 900.000 huizen te bouwen, maar op dit moment vertraagt de bouw juist. Dit baart zorgen bij alle betrokkenen.

Huidige situatie in de bouwsector

Opvallend genoeg is er in de bouwsector geen sprake van een crisis. Vorig jaar zijn er 74.000 nieuwbouwwoningen opgeleverd, het hoogste aantal in tien jaar tijd. In het eerste kwartaal van dit jaar steeg de omzet van bouwbedrijven zelfs met 12 procent, en er is nog steeds een grote behoefte aan personeel. Met name installatiebedrijven hebben gouden tijden. Zij hebben moeite om aan de vraag te voldoen.

Door strenge stikstofregels blijft huizen bouwen in Nederland lastig

Voorspellingen wijzen op een dip in de nieuwbouw

De voorspellingen voor de komende jaren laten echter een stevige dip zien in de nieuwbouw. Het aantal bouwvergunningen is al twee jaar aan het dalen als gevolg van de stikstofcrisis en het gebrek aan bouwlocaties. Vorig jaar lag het aantal vergunningen 16 procent lager dan het jaar ervoor. In het eerste kwartaal van 2023 was er zelfs een daling van 28 procent, volgens het CBS. Ondertussen daalt het consumentenvertrouwen door de gestegen bouwkosten en hypotheekrente, terwijl de huizenprijzen dalen.

Impact op verschillende sectoren in de bouw

Niet alle sectoren in de bouw voelen de afname even sterk. Er zitten meerdere jaren tussen de goedkeuring van een bestemmingsplan en de oplevering van een woning. Sommige branches voelen de impact van de vertraging nog niet, terwijl andere branches er al wel mee te maken hebben. Ontwerpers van woonblokken en woontorens ervaren al minder werk door de vertraagde vergunningverlening. Bij veel projecten is er minder interesse, waardoor projectontwikkelaars de grenzen opzoeken van de risico’s die ze bereid zijn te nemen. Bovendien daalt de vraag naar materialen door de haperende nieuwbouw, wat leidt tot fabriekssluitingen en overwegingen voor werktijdverkorting.

Signalen van verandering in de bouwsector

Signaal 1: Minder werk voor architecten

Architecten zijn de eerste die merken wanneer het minder goed gaat in de nieuwbouw- en renovatiemarkt. Sinds ruim een jaar zien architectenbureaus hun werkvoorraad dalen, wat een zeldzaamheid is in de bouwsector. Dit begon met de snelle stijging van de bouwmaterialenprijzen tijdens de coronacrisis en wordt nu versterkt door stijgende rentes en het annuleren van projecten. Met name architecten die zich richten op woningbouw en veel met beleggers te maken hebben, worden hard getroffen.

Signaal 2: Grotere risico’s bij projectontwikkelaars

Projectontwikkelaars ervaren dat de gestegen hypotheekrente de verkoop van nieuwbouwwoningen moeilijker maakt. Dit vormt een probleem, omdat de bouw vaak pas begint als 70 procent van de geplande woningen is verkocht. Dit percentage wordt gehanteerd om de risico’s te beheersen, aangezien de ontwikkelaars de niet-verkochte woningen zelf moeten financieren. Sommige projectontwikkelaars nemen nu echter grotere risico’s en beginnen met bouwen voordat ze de 70 procent hebben bereikt.

Signaal 3: Minder vraag naar bouwmaterialen

Minder vraag naar woningen resulteert in minder vraag naar bouwmaterialen zoals heipalen, kozijnen, bakstenen en dakpannen. Producenten merken dit effect. Steenfabrieken hebben steeds vaker overvolle buitenopslagplaatsen vanwege geannuleerde bestellingen. De terugval in bestellingen is scherp, met een daling van 32 procent in maart en april. Marktleider Wienerberger heeft zelfs aangekondigd de productie in de zomer met 10 procent te verlagen.

Zorgen over de toekomst

Deze signalen wijzen op een mogelijke omslag in de bouwsector. De vertraging in de nieuwbouw kan grote gevolgen hebben, zowel voor de architectenbureaus, projectontwikkelaars als bouwmaterialenproducenten. Het is belangrijk om aandacht te besteden aan de veranderingen en mogelijke maatregelen te treffen om de sector stabiel te houden.

Bron: NRC.nl