Regulering en marktwerking op de woningmarkt strijden om de eerste plaats

10 december 2018

Al jaren is er sprake van een op en neergaande beweging tussen regulering en marktwerking op de woningmarkt. Vanwege de huizencrisis nam het kabinet maatregelen om problemen met veel te hoge hypotheken voor koopwoningen te verkleinen. Huurwoningen werden duurder om scheefwonen te voorkomen. Hierdoor verdween de relatie tussen de huurprijs en de kwaliteit van een huurwoning.

De grens om in aanmerking te komen voor huursubsidie ligt op dit moment op een maandelijkse huur van 710 euro. De prijzen van huurwoningen in de zogenaamde gereguleerde sector mogen jaarlijks met een vastgesteld percentage stijgen. In de vrije sector is deze beperking er niet zodat de prijzen de afgelopen jaren spectaculair omhoog zijn gegaan.

Middensegment

Er is een groot tekort aan huurwoningen in het middensegment. Hieronder worden woningen gerekend met een huurprijs tussen de 710 en circa 1000 euro per maand. De vraag naar deze woningen is sterk toegenomen, maar het aanbod blijft hier ver bij achter. De groeiende vraag naar betaalbare huurwoningen is te verklaren doordat starters minder makkelijk een woning kunnen kopen. Hiervoor is tegenwoordig eigen geld nodig en het afsluiten van aflossingsvrije hypotheken is sterk aan banden gelegd. Deze groep heeft vaak een te hoog inkomen voor een woning van een woningcorporatie.

Door de schaarste stijgen de huurprijzen juist weer meer. Daardoor neemt het aantal beschikbare woningen in het middensegment, met een huur tot maximaal 1000 euro, juist verder af. En dan is er nog een belangrijk aandachtspunt: Een tekort aan bekwaam personeel en materialen zorgen ervoor dat de prijs van een huis stijgt. Aanvullende klimaateisen bij nieuwbouw doen hier nog een schepje bovenop. Daardoor is een vastgoedondernemer vaak genoodzaakt om een hogere huurprijs te vragen.

Regulering en marktwerking op de woningmarkt strijden om de eerste plaats

Stimulering middensegment

Om de problemen het hoofd te bieden worden er nu maatregelen genomen. De gemeenten Utrecht en Amsterdam lopen hierin voorop. Zij doen hun best om woningcorporaties ertoe te bewegen om ook woningen in het middensegment aan te bieden. De gemeente stelt als eis aan beleggers dat de huur gemiddeld niet hoger mag zijn dan 850 euro en de huur mag jaarlijks niet meer stijgen dan de inflatie.

Omdat beleggers hierdoor dreigen af te haken wordt er door gemeenten flink gesubsidieerd, onder andere met verlaging van de grondprijs bij nieuwbouw. Dit ad hoc beleid verdient op de lange termijn niet de voorkeur. Er is daarom dringend behoefte aan deugdelijk beleid om de verhouding tussen regulering en marktwerking beter in de hand te houden.
Bron: FD

Delen op LinkedIn