Miljoeneninjectie van de overheid moet de woningbouw in Nederland op gang houden

2 mei 2023

Het kabinet maakt zich grote zorgen over de dip in de woningbouw. Hier hebben we mee te maken sinds de tweede helft van 2022. Toen daalden de prijzen van bestaande woningen. De interesse voor nieuwbouw nam af vanwege de hoge prijzen. Kopers kunnen de prijs voor een nieuwbouwwoning simpelweg niet meer opbrengen door de hoge rente. Bouwers geven aan niet goedkoper te kunnen bouwen. De materiaal- en personeelskosten zijn fors gestegen. Nieuwbouw goedkoper aanbieden betekent dat het rendement voor investeerders te laag wordt.

Nieuwbouwprojecten on hold

Door de veranderde economische omstandigheden in Nederland kunnen minder mensen zich een nieuwbouwwoning veroorloven. De fors gestegen hypotheekrente zorgt ervoor dat kopers tienduizenden euro’s minder kunnen lenen. Een nieuwbouwproject wordt in de regel pas gestart als minstens 70% van de woningen is verkocht. De dip in de woningbouw wordt veroorzaakt door stagnerende verkopen. In april 2023 werd duidelijk dat bijna 5.000 woningen niet of voorlopig niet worden gebouwd. Hierdoor komt de ambitie van minister Hugo de Jonge van Volkshuisvesting in het geding. Hij wil jaarlijks 100.000 nieuwe huizen in Nederland.

Startbouwimpuls

In de Voorjaarsnota 2023 presenteert het kabinet de Startbouwimpuls. In dit fonds zit 250 miljoen euro. Het geld wordt uitgekeerd aan gemeenten. Die kunnen woningbouwprojecten aanmelden die niet kunnen starten doordat er te weinig woningen zijn verkocht. Het geld komt uit de Woningbouwimpuls, een subsidiepot die het kabinet eerder introduceerde om de woningbouw in Nederland te stimuleren.

Miljoeneninjectie van de overheid moet de woningbouw in Nederland op gang houden

Speculatie in de woningbouw voorkomen

Minister De Jonge wil voorkomen dat projectontwikkelaars gaan anticiperen op ondersteuning bij nieuwbouwprojecten. Daarom wilde hij eerder niets doen om de dip in de woningbouw op te vangen. Maar nu de bouw van nieuwe woningen ernstig vertraagd wordt kiest het kabinet er toch voor. Er wordt nog onderzoek gedaan naar een zogenaamde ‘doorbouwgarantie’. Als voor een nieuwbouwproject niet genoeg woningen zijn verkocht kan de bouw toch starten. De gemeente koopt deze woningen om ze na gereedkomen te verhuren of alsnog te verkopen. Maar of deze regeling er komt hangt af van de uitkomsten van het aangekondigde onderzoek.

Geld voor flexwoningen

Het kabinet wil niet alleen de dip in de woningbouw van permanente nieuwbouw opheffen. Er komt ook een budget van 300 miljoen euro voor de bouw van flexwoningen. Dit geld kan de komende 4 jaar voor dit doel worden ingezet. Gemeenten die een locatie voor flexwoningen beschikbaar stellen kunnen er een beroep op doen. Deze huurwoningen blijven 5 tot 15 jaar staan en kunnen snel worden neergezet. De flexwoningen worden in eerste instantie beschikbaar gesteld aan starters op de woningmarkt, vluchtelingen uit Oekraïne en asielzoekers met een status.

Bron: Het Financieele Dagblad