Einde krimp kantoorruimte bij grote werkgevers

4 februari 2026

Kantorenmarkt stabiliseert na jaren van afbouw

Werkgevers proberen van alles om hun personeel weer naar kantoor te lokkenZes jaar na de plotselinge omslag naar thuiswerken lijkt een duidelijke balans gevonden. Grote organisaties zoals banken, gemeenten en advieskantoren zijn grotendeels gestopt met het afstoten van kantoorruimte. Uit een rondgang van het FD onder 29 grote kantoorgebruikers blijkt dat het merendeel tevreden is met de huidige vierkante meters.

De behoefte om verder te krimpen is afgenomen nu hybride werken zijn plek heeft gevonden in het bedrijfsbeleid. Volgens werkgeversorganisatie AWVN verplicht 80% van de bedrijven inmiddels een minimale aanwezigheid op kantoor. Die duidelijkheid heeft geleid tot stabieler gebruik van kantoorruimte.

Van tijdelijke aanpassing naar structurele herinrichting

Waar de afgelopen jaren veel organisaties nog aan het schuiven waren met meters, geeft nu een ruime meerderheid aan geen plannen te hebben voor verdere reductie. Bedrijven als Deloitte, ING en NN Group melden dat de bezetting goed past bij het aantal beschikbare vierkante meters. Zelfs bij ING is sprake van een toename van medewerkers op kantoor.

Toch zijn er uitzonderingen. Onder andere Achmea, NS en PwC verkleinen hun kantooroppervlak nog verder. Bij PwC is de gemiddelde bezettingsgraad slechts 50%, waardoor men dit jaar nog zo’n 10% van de ruimte wil afstoten.

Ruimtegebrek en duurzaamheid zetten rem op verdere krimp

Volgens ING-vastgoedeconoom Mirjam Bani is het logisch dat de meeste aanpassingen inmiddels zijn doorgevoerd. Huurcontracten hebben doorgaans een looptijd van vijf jaar, en veel bedrijven hebben in die periode hun ruimte al geoptimaliseerd.

Een andere rem op verdere krimp is het beperkte aanbod van kwalitatieve kantoorruimte. De combinatie van duurzaamheidseisen, goede bereikbaarheid en een krappe arbeidsmarkt maakt het lastig om passende alternatieven te vinden. Bedrijven kiezen daarom vaker voor iets meer ruimte op een toplocatie, dan voor een perfect passend maar minder aantrekkelijk pand.

De kantoorkameel en het spreidingsvraagstuk

Hoewel het totale ruimtegebruik stabiliseert, worstelen veel organisaties nog met de verdeling van die bezetting over de week. Dinsdag en donderdag zijn drukke kantoordagen, terwijl maandag en vrijdag vaak stiller zijn. Dit fenomeen – ook wel ‘dido-dagen’ of de ‘kantoorkameel’ genoemd – zorgt voor pieken en dalen in het gebruik van werkplekken, vergaderzalen en kantines.

Colliers adviseert uit te gaan van 22 m² tot 28 m² per aanwezige medewerker, maar de onregelmatige aanwezigheid maakt het lastig om die norm goed toe te passen. Werkgevers experimenteren daarom met oplossingen, zoals verplichte kantoordagen op rustige momenten of reserveringssystemen via apps om capaciteit te monitoren.

DSM-Firmenich stuurt actief op aanwezigheid op maandag of vrijdag. Bij Just Eat Takeaway moeten medewerkers een werkplek reserveren. Dat helpt niet alleen bij het plannen van werkplekken, maar ook bij het afstemmen van faciliteiten zoals catering.

Kantoor als instrument voor binding en samenwerking

Volgens onderzoeker Jos Hesselink (Cushman & Wakefield) is het kantoor steeds meer een strategisch middel om personeel te binden. Wie geen moderne werkplek op een A-locatie kan vinden, verlengt liever een bestaand contract dan genoegen te nemen met minder.

Voor werkgevers blijft het dus zoeken naar het juiste evenwicht tussen ruimte, locatie en gebruik. De eerste golf van kantoorruimte-ontmanteling is voorbij – nu begint de fase waarin de kwaliteit van die ruimte centraal staat.

Bron: fd.nl