CPB wil hypotheekrenteaftrek en huursubsidie afbouwen

16 februari 2026

Woningmarktbeleid werkt volgens CPB vaak averechts

Het Centraal Planbureau (CPB) pleit voor een fundamentele koerswijziging in het woningmarktbeleid. In plaats van nieuwe steunmaatregelen voor kopers en huurders te introduceren, zouden bestaande voordelen zoals de hypotheekrenteaftrek en huursubsidies juist moeten worden afgebouwd.

Volgens het planbureau kampt Nederland met een hardnekkig probleem: een aanzienlijke groep huishoudens heeft geen woning of woont te duur of ongeschikt. Toch blijkt overheidsbeleid dat dit moet verhelpen in de praktijk vaak een tegenovergesteld effect te hebben. Extra financiële ruimte aan de vraagzijde vergroot de schaarste en jaagt prijzen verder op.

Hypotheekrenteaftrek en prijsopdrijving op de koopwoningmarkt

De hypotheekrenteaftrek vergroot de leenruimte van huizenkopers. In een krappe woningmarkt leidt dat niet automatisch tot meer toegankelijkheid, maar vaak tot hogere woningprijzen. Huishoudens kunnen immers meer bieden, waardoor de extra financiële ruimte in de woningwaarde verdwijnt.

Daarmee profiteren vooral bestaande eigenaren. Starters, die nog geen woning bezitten, worden geconfronteerd met hogere instapprijzen. Het CPB schetst de woningmarkt als een ladder waarbij hogere inkomens bovenaan staan en lagere inkomens onderaan. Overheidsmaatregelen kunnen die ladder onbedoeld steiler maken.

Nieuwe steunmaatregelen vergroten schaarste

Het verruimen van leennormen voor koopstarters of het verhogen van de inkomensgrens voor sociale huur lijkt op het eerste gezicht sympathiek. Maar zolang het woningaanbod niet meegroeit, leidt extra steun tot meer concurrentie binnen een beperkte voorraad.

Wanneer middeninkomens langer toegang houden tot sociale huurwoningen, neemt de druk op lagere inkomens toe. De onderliggende schaarste blijft bestaan, terwijl de verdeling van de beschikbare woningen verschuift. Het CPB waarschuwt voor een zogenoemde ‘race to the top’: zodra één groep wordt geholpen, ontstaat druk om ook andere groepen tegemoet te komen. Zo groeit het aantal regelingen, maar niet het aantal woningen.

Wet betaalbare huur en doorwerking tussen marktsegmenten

Het planbureau benadrukt dat beleidsmaatregelen in het ene segment direct doorwerken in andere delen van de woningmarkt. Als voorbeeld noemt het CPB de Wet betaalbare huur. Die wet moest huurders beschermen tegen hoge huren, maar leidde er in de praktijk toe dat veel verhuurders hun woningen verkochten. Het huuraanbod nam daardoor af.

Dit onderstreept volgens het CPB dat woningmarktbeleid integraal moet worden benaderd. Regels die de betaalbaarheid in één segment verbeteren, kunnen elders tot krimp of verschuiving leiden.

Trilemma in woningbouw en betaalbaarheid

Bij nieuwbouw staan beleidsmakers voor een fundamenteel ‘trilemma’: locatie, betaalbaarheid en publieke kosten zijn niet alle drie tegelijk maximaal te bedienen. Binnenstedelijk betaalbaar bouwen zonder subsidie is mogelijk, maar vraagt om meer financiële ruimte voor ontwikkelaars.

Dat kan betekenen dat kwaliteitseisen worden heroverwogen, sociale huren stijgen of regelgeving zoals de Wet betaalbare huur wordt aangepast. Zonder zulke keuzes blijven betaalbaarheid en haalbaarheid met elkaar botsen.

Meer flexibiliteit in procedures en bouwplannen

Tot slot pleit het CPB voor meer flexibiliteit in het systeem. Kortere procedures, aanpasbare bouwplannen en stabiel beleid zijn nodig om sneller in te spelen op demografische veranderingen en toekomstige tekorten te beperken.

De boodschap is duidelijk: wie de woningmarkt structureel wil verbeteren, moet verder kijken dan tijdelijke steunmaatregelen. Zolang het aanbod achterblijft en prikkels de vraag blijven aanjagen, blijft de druk op prijzen en toegankelijkheid bestaan.

Bron: fd.nl