CPB wil afbouw hypotheekrenteaftrek en huursubsidies

12 februari 2026

Woningmarktbeleid vergroot schaarste

Rabobank voorspelt verdere daling huizenprijzen in 2023Het Centraal Planbureau stelt dat het woningmarktbeleid fundamenteel anders moet. In plaats van nieuwe steunmaatregelen voor koopstarters of huurders toe te voegen, zouden bestaande voordelen zoals de hypotheekrenteaftrek en huursubsidies juist moeten worden afgebouwd.

Volgens het CPB kampen we met een hardnekkig probleem: een aanzienlijke groep huishoudens vindt geen woning of woont te duur of ongeschikt. Toch werken veel goedbedoelde maatregelen averechts. Extra financiële ruimte voor kopers of huurders leidt in een krappe markt vaak tot hogere prijzen, niet tot meer woningen.

Hypotheekrenteaftrek drijft huizenprijzen op

De hypotheekrenteaftrek vergroot de leenruimte van huizenkopers. In theorie versterkt dat de koopkracht, maar in de praktijk vertaalt die extra ruimte zich vooral in hogere woningprijzen. Het voordeel verdwijnt daarmee grotendeels in de waarde van de woning en komt terecht bij bestaande eigenaren.

Het CPB vergelijkt de woningmarkt met een ladder waarop hogere inkomens bovenaan staan en lagere inkomens onderaan. Door voordelen voor zogenoemde insiders – huishoudens die al een woning hebben of in de sociale huursector zitten – wordt de positie van woningzoekenden verder verzwakt. Starters en andere outsiders concurreren immers met partijen die al profiteren van fiscale of subsidieregelingen.

Nieuwe subsidies leiden tot race to the top

Ook nieuwe steunmaatregelen, hoe sympathiek ze ook klinken, kennen volgens het planbureau vergelijkbare neveneffecten. Het verhogen van de inkomensgrens voor sociale huur kan middeninkomens helpen, maar vergroot tegelijkertijd de druk op het bestaande aanbod. Lagere inkomens krijgen er concurrenten bij zolang het aantal sociale huurwoningen niet stijgt.

Zo ontstaat een ‘race to the top’, waarbij elke nieuwe regeling druk oproept om weer andere groepen te compenseren. Het aantal regelingen groeit, terwijl de onderliggende schaarste op de woningmarkt blijft bestaan. Zolang het aanbod niet structureel toeneemt, verschuift het probleem slechts tussen groepen.

Wet betaalbare huur en effecten op de huurmarkt

Het CPB wijst ook op de Wet betaalbare huur als voorbeeld van beleid dat doorwerkt in andere segmenten. De wet moest huurders beschermen tegen hoge huren, maar leidde er in sommige gevallen toe dat verhuurders hun woningen verkochten. Het gevolg: een krimp van het huuraanbod en extra druk op de koopmarkt.

Dat onderstreept volgens het planbureau dat woningmarktbeleid integraal moet worden bekeken. Maatregelen in de huursector hebben direct invloed op de koopsector en omgekeerd. Zonder samenhangend beleid kan een goedbedoelde ingreep onbedoeld extra schaarste creëren.

Woningbouw en het trilemma van locatie en betaalbaarheid

Daarnaast pleit het CPB voor duidelijke keuzes in de woningbouw. Beleidsmakers staan voor een zogenoemd trilemma: locatie, betaalbaarheid en publieke kosten kunnen niet allemaal maximaal worden bediend. Binnenstedelijk betaalbaar bouwen zonder subsidie is mogelijk, maar vraagt om meer financiële ruimte voor ontwikkelaars.

Die ruimte kan ontstaan door regels te versoepelen, kwaliteitseisen te heroverwegen of sociale huren aan te passen. Zonder zulke keuzes blijft de ambitie om betaalbaar en binnenstedelijk te bouwen botsen met budgettaire grenzen.

Flexibiliteit en stabiel beleid voor de woningmarkt

Tot slot benadrukt het CPB het belang van flexibiliteit en voorspelbaarheid. Kortere procedures, aanpasbare bouwplannen en stabiel beleid zijn nodig om sneller te kunnen inspelen op demografische ontwikkelingen en toekomstige woningtekorten.

De rode draad in het rapport is duidelijk: minder stapeling van subsidies en meer structurele hervorming van het woningmarktbeleid. Dat vraagt om politieke durf, maar kan volgens het planbureau bijdragen aan een evenwichtiger en beter functionerende woningmarkt.

Bron: fd.nl