Airbnb-huurder weigert vertrek, verhuurder woont in fietsenhok
14 januari 2026
Airbnb-afspraak groeit uit tot juridisch conflict
Wat begon als een praktische oplossing om de woning tijdens afwezigheid te verhuren, is voor een eigenaar in Heerhugowaard veranderd in een nachtmerrie. Zijn tijdelijke huurder weigert het huis te verlaten, waardoor de eigenaar inmiddels zelf in het voormalige fietsenhok woont. Dinsdag behandelde de kantonrechter in Alkmaar het kort geding waarmee de verhuurder ontruiming eist.
De woning werd aanvankelijk via Airbnb verhuurd aan een vader met drie kinderen, die recent vanuit Nieuw-Zeeland naar Nederland verhuisden. De afspraak liep in eerste instantie tot augustus 2025, maar werd daarna buiten het platform om verlengd – mondeling, zonder duidelijke einddatum.
Van tijdelijke huur naar permanente bezetting
De huurder betaalt €1.800 per maand voor twee kamers in het huis, maar ziet zijn verblijf als legitiem. Volgens hem was er geen sprake van een afgesproken termijn en is het niet zijn wens om te blijven, maar lukt het niet om andere woonruimte te vinden. Hij verdient naar eigen zeggen €600 per week, onvoldoende voor een woning in de vrije sector.
De verhuurder keerde in september terug uit zijn geboorteland Ethiopië en wilde zijn woning weer betrekken. Nu leeft hij in een geïmproviseerde slaapkamer in het voormalige fietsenhok. De emotie is voelbaar wanneer hij tijdens de zitting vertelt over de schade aan zijn huis en het verlies van zijn wooncomfort.
Wettelijke grijze zone rond tijdelijke huur
De zaak illustreert de juridische complexiteit van tijdelijke verhuur via platforms als Airbnb. De verhuurder stelt dat sprake was van een overeenkomst van korte duur, die inmiddels beëindigd is. De huurder denkt daar anders over en stelt geen andere keus te hebben dan te blijven tot hij iets nieuws vindt, mogelijk met urgentie.
De rechter kan niet vaststellen wat precies is afgesproken en welk bewijs er is. De belangen van beide partijen botsen zichtbaar in de rechtszaal, zeker gezien de aanwezigheid van minderjarige kinderen aan de zijde van de huurder.
Voorstel tot ontruimingsdatum afgeslagen
Een voorstel van de advocaat van de verhuurder om gezamenlijk een ontruimingsdatum per 1 maart te bepalen, wordt door de huurder van de hand gewezen. Hij kiest ervoor om het oordeel van de rechter af te wachten. De uitspraak zal bepalend zijn voor wie het recht heeft om in de woning te blijven – of terug te keren.
De zaak laat zien hoe kwetsbaar tijdelijke verhuurconstructies kunnen zijn wanneer de afspraken niet glashelder zijn vastgelegd. En hoe snel een ‘makkelijke bijverdienste’ uitmondt in een persoonlijk drama.
Bron: nrc.nl