UF-schuim isolatie onder vuur bij woningcorporaties
26 februari 2026
UF-schuim isolatie toegepast bij na-isolatie van woningen
Woningcorporaties en aannemers passen bij het na-isoleren van woningen nog steeds UF-schuim isolatie toe. Dat blijkt uit onderzoek van de GGD. Opmerkelijk, want de gezondheidsrisico’s van dit isolatiemateriaal zijn al sinds de jaren tachtig bekend.
Volgens de GGD duikt het materiaal opnieuw op onder andere merknamen. Opdrachtgevers zijn zich daarbij niet altijd bewust van het specifieke isolatiemateriaal dat wordt toegepast in spouwmuren. Daarmee raakt deze kwestie direct aan de verantwoordelijkheid binnen vastgoedbeheer, renovatie en verduurzaming.
Gezondheidsrisico’s van formaldehyde in spouwmuurisolatie
Aanleiding voor het onderzoek waren gezondheidsklachten van bewoners na na-isolatie met UF-schuim. Er werd melding gemaakt van benauwdheid, hoofdpijn en irritatie aan ogen en neus. In sommige gevallen werden zelfs jaren na aanbrengen nog verhoogde concentraties formaldehyde gemeten in de woning.
Formaldehyde is een kleurloos gas met een indringende geur dat vrijkomt uit UF-schuim. Langdurige blootstelling aan hoge concentraties verhoogt het risico op neuskanker. De stof staat in Europa op de lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen, wat betekent dat blootstelling zoveel mogelijk moet worden beperkt.
De GGD baseert haar bevindingen op zeven casussen uit de periode 2021 tot en met 2024. Hoeveel woningen daadwerkelijk met UF-schuim zijn geïsoleerd, is niet duidelijk. Juist dat gebrek aan inzicht maakt het voor assetmanagers en opdrachtgevers lastig om risico’s goed te beoordelen.
Verduurzaming en isolatiemateriaal in spouwmuren
UF-schuim, voluit ureumformaldehyde-schuim, werd in de jaren zeventig en tachtig veel toegepast als spouwmuurisolatie. Het materiaal wordt ter plekke gemengd uit ureum en formaldehyde, waarna het als vloeibaar schuim in de spouw wordt geïnjecteerd en uithardt tot een poreuze isolatielaag.
In het verleden bleek dat het materiaal kon krimpen en verpoederen, met verlies van isolatiewaarde en vocht- en schimmelproblemen tot gevolg. Daarnaast kwam formaldehyde vrij tijdens en na verwerking.
Met de huidige verduurzamingsopgave lijkt het product opnieuw een markt te hebben gevonden. Nieuwe varianten zouden technisch zijn aangepast om verpoedering tegen te gaan, maar de chemische basis is grotendeels hetzelfde. Daarmee keert een oud vraagstuk terug in een nieuw jasje, midden in de energietransitie.
Normen voor formaldehyde en het Bouwbesluit
De discussie raakt ook aan wet- en regelgeving. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staat een grenswaarde toe van 120 µg/m3 formaldehyde in binnenlucht. De Wereldgezondheidsorganisatie hanteert 100 µg/m3 als advieswaarde, terwijl het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen zelfs 50 µg/m3 bepleit.
De GGD noemt deze normen inconsistent en pleit voor duidelijke richtlijnen. Het RIVM werkt momenteel aan een advieswaarde voor formaldehyde. Voor vastgoedeigenaren en beheerders betekent dit dat het speelveld mogelijk verandert, met gevolgen voor materiaalkeuze, aansprakelijkheid en investeringsbeslissingen.
Certificering en aansprakelijkheid bij isolatiemateriaal
Opvallend is dat UF-schuim geen CE-markering kent, terwijl veel andere bouwmaterialen die wel hebben. Daardoor lijken er weinig expliciete producteisen te gelden. Volgens de GGD valt het materiaal beleidsmatig tussen wal en schip.
Inmiddels wordt op politiek niveau gekeken naar een mogelijk verbod op UF-schuim als isolatiemateriaal. Ook wordt onderzocht of duurzaamheidssubsidies voor toepassing kunnen worden ingetrokken. Daarmee kan een materiaal dat ooit bijdroeg aan energiebesparing, uitgroeien tot een juridisch en financieel risico binnen renovatie- en verduurzamingsprojecten.
Bron: cobouw.nl