Overheidsbeleid maakt grond schaars en woningbouw duur
9 februari 2026
Ruimtegebrek als structureel probleem
Nederland zoekt ruimte voor bijna alles wat de komende decennia nodig is: woningen, natuurherstel, duurzame energie, infrastructuur en zelfs oefenterreinen voor defensie. Maar volgens de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur ontbreekt één cruciaal ingrediënt om al deze ambities waar te maken.
Dat ingrediënt is grond. Niet omdat Nederland er geen heeft, maar omdat het overgrote deel ervan in gebruik is als landbouwgrond. En juist daar wringt het.
Verstoorde balans tussen stad en land
Decennialang werkte de verdeling tussen stad en land relatief soepel. Steden groeiden, economieën bloeiden en uitbreiding vond vaak plaats op agrarische grond. Tegelijkertijd hield de landbouw het buitengebied open en productief.
Die balans is volgens de Raad verdwenen. De ruimtelijke inrichting van Nederland sluit niet langer aan bij de maatschappelijke opgaven van vandaag en morgen. Dat is niet toevallig ontstaan, maar het gevolg van jarenlang overheidsbeleid dat onvoldoende vooruit heeft gekeken.
Landbouw domineert het landschap
Hoewel nog maar een klein deel van de bevolking buiten stedelijk gebied woont, bestaat ongeveer twee derde van Nederland uit landbouwgrond. Die dominante positie schuurt steeds meer met andere belangen.
De Raad wijst erop dat de landbouw een zware wissel trekt op natuur, waterkwaliteit en milieu. De basiskwaliteit van de natuur is in grote delen van het land onvoldoende, terwijl uitstoot van onder meer ammoniak en broeikasgassen hoog blijft.
Duurzamer boeren vraagt juist meer grond
De landbouw moet veranderen, daarover bestaat brede consensus. Tegelijkertijd zitten veel boeren vast aan hun eigen grond. Die is duur, vaak al generaties in bezit en vormt een belangrijk onderdeel van hun vermogen.
Duurzamere landbouwmodellen vragen bovendien meer ruimte per bedrijf. Dat botst met de toenemende vraag naar grond voor woningbouw en natuur, en maakt de transitie complexer dan vaak wordt aangenomen.
Exploderende grondprijzen
Landbouwgrond is in Nederland extreem duur. De prijs ligt inmiddels ver boven het Europese gemiddelde en steeg recent tot meer dan 100.000 euro per hectare.
Die hoge prijs wordt aangejaagd door schaarste en speculatie. Grond fungeert steeds vaker als belegging of pensioenvoorziening, waardoor verkoop wordt uitgesteld en verandering wordt afgeremd.
Woningbouw en natuur concurreren om dezelfde meters
De gevolgen zijn breed voelbaar. Woningbouw op agrarische grond wordt steeds kostbaarder, net als natuurherstel. Organisaties die grond willen verwerven voor nieuwe natuur, vissen regelmatig achter het net.
Daarmee komen wettelijke doelen voor natuur en klimaat verder onder druk te staan, terwijl de woningopgave richting 2050 alleen maar groter wordt.
Voorzichtige overheid blokkeert doorbraken
Volgens de Raad speelt de overheid hierin een dubbelrol. Enerzijds erkent zij de urgentie van de problemen, anderzijds durft zij nauwelijks stevig in te grijpen in het grondgebruik.
Beleid leunt sterk op vrijwillige afspraken en subsidies. Die subsidies worden in de praktijk regelmatig gebruikt om extra grond te kopen, wat de prijzen verder opdrijft en de markt op slot zet.
Versnipperd beleid werkt averechts
Daar komt bij dat verschillende overheden elk hun eigen regels hanteren. Gemeenten, provincies en ministeries sturen langs elkaar heen, waardoor beleid soms tegenstrijdig of onuitvoerbaar wordt.
Middelen om actief grond te herverdelen, zoals kavelruil of onteigening, zijn de afgelopen decennia juist moeilijker toepasbaar gemaakt.
Oproep tot moed en regie
De Raad is duidelijk in zijn oordeel. Zonder bestuurlijke moed blijft Nederland vastzitten. Grond is nodig om maatschappelijke doelen te realiseren en vraagt om duidelijke keuzes en centrale regie.
Niet elke ingreep hoeft te leiden tot gedwongen onteigening, maar zonder richting en durf blijven grote opgaven elkaar blokkeren.
Bron: nrc.nl