ING en Rabobank steunen Vesteda na uitstappende beleggers

9 maart 2026

Overbruggingskrediet moet vertrouwen in vastgoedbelegger herstellen

appartementenING en Rabobank hebben woningbelegger Vesteda een overbruggingskrediet van €600 miljoen verstrekt. Met deze tijdelijke financiering willen de banken het vertrouwen in de grootste institutionele woningbelegger van Nederland ondersteunen, nadat investeerders massaal hun geld uit het vastgoedfonds willen terughalen.

In totaal is er voor ongeveer €4,1 miljard aan zogenoemde redemptieverzoeken ingediend. Dat betekent dat investeerders hun participaties gedeeltelijk of volledig willen verzilveren. Het nieuws zorgde direct voor onrust op de financiële markten en leidde tot extra aandacht van kredietbeoordelaars.

De kredietfaciliteit van de twee banken moet ervoor zorgen dat Vesteda voldoende liquiditeit heeft om aan verplichtingen te voldoen, terwijl het bedrijf werkt aan een bredere strategie om investeerders uit te betalen.

Kredietrating van vastgoedbelegger Vesteda verlaagd

Ondanks de steun van de banken besloot kredietbeoordelaar Standard & Poor’s de kredietwaardigheid van Vesteda te verlagen. De rating ging van A- naar BBB, wat nog steeds een solide beoordeling is, maar wel aangeeft dat de financiële risico’s volgens de beoordelaar zijn toegenomen.

Vesteda beheert momenteel ongeveer 28.000 huurwoningen en geldt als een van de grootste institutionele woningbeleggers van Nederland. Door de grote uitstroom van investeerders verwacht S&P dat het bedrijf een aanzienlijk deel van zijn vastgoedportefeuille moet verkopen om aan de uitbetalingsverzoeken te voldoen.

Volgens de kredietbeoordelaar kan de totale woningportefeuille daardoor in de komende jaren krimpen van ongeveer €10,5 miljard naar een waarde tussen €6,5 miljard en €7 miljard.

Verkoop van huurwoningen kan portefeuille verkleinen

De mogelijke verkoop van huurwoningen is een belangrijk onderdeel van het scenario waarmee rekening wordt gehouden. Wanneer investeerders hun geld terugvragen, moet een vastgoedfonds immers liquiditeit vrijmaken. Dat gebeurt vaak door vastgoed te verkopen of door extra financiering aan te trekken.

Voor Vesteda betekent dit dat delen van de woningportefeuille mogelijk worden afgestoten. Dat kan de omvang van het fonds verkleinen, maar hoeft volgens betrokken financiers niet direct tot financiële problemen te leiden.

Het overbruggingskrediet biedt Vesteda in ieder geval extra tijd om de verkoop van vastgoed zorgvuldig te organiseren en te voorkomen dat woningen onder druk moeten worden verkocht.

Financiering op kapitaalmarkt kan duurder worden

De lagere kredietrating kan wel gevolgen hebben voor toekomstige financiering. Wanneer een vastgoedbelegger een lagere rating krijgt, kan het aantrekken van kapitaal op de financiële markten duurder worden omdat investeerders een hogere rente eisen.

Vesteda staat de komende jaren namelijk voor aanzienlijke herfinancieringen. In 2026 moet ongeveer €600 miljoen aan schuld worden vernieuwd, gevolgd door nog eens €535 miljoen in 2027.

Een hogere rente kan de financieringskosten verhogen, al verwachten betrokken banken dat de impact op de liquiditeit van het bedrijf beperkt blijft.

Specifieke fondsstructuur vergroot kans op uitstroom

De omvang van de uitstroom heeft in de vastgoedsector tot enige verbazing geleid. Vesteda hanteert namelijk een specifieke fondsstructuur waarbij investeerders eens in de zeven jaar een onbeperkt redemptieverzoek mogen indienen.

Dat moment werd door de sector al langere tijd gezien als een mogelijk kantelpunt, zeker na jaren van sterke waardestijgingen in de woningmarkt en een toenemende belastingdruk op vastgoedbeleggingen.

Dat investeerders gezamenlijk voor €4,1 miljard aan uitstroom hebben aangevraagd, is echter groter dan veel marktpartijen hadden verwacht. Vesteda werkt momenteel aan een liquiditeitsplan dat later dit jaar met investeerders zal worden gedeeld.

Bron: fd.nl