Grondprijs duwt huizen verder uit bereik
18 mei 2026
De stijgende huizenprijzen worden vaak verklaard met woningtekorten, lage rente en hoge bouwkosten, maar journalist Maaike Schoon legt in haar boek Waarom jij geen huis kunt betalen de nadruk op een diepere oorzaak: grond. Volgens een adviesrapport over grondbeleid maakt de grondprijs inmiddels 60% van de woningprijs uit, tegenover 20% dertig jaar geleden. In de praktijk betekent dit dat de betaalbaarheid van wonen niet alleen wordt bepaald door stenen, arbeid en rente, maar vooral door de waarde van de plek waarop een woning staat. :contentReference[oaicite:0]{index=0}
Grond is geen gewone kostenpost
Grond is schaars, locatiegebonden en juridisch sterk beschermd. Daardoor werkt grond anders dan veel andere productiefactoren in de woningmarkt. Wie wil ingrijpen in huizenprijzen, komt al snel uit bij de vraag wie profiteert van waardestijging en wie de kosten draagt van schaarste, infrastructuur en publieke investeringen.
Schoon plaatst die vraag in een lange historische traditie. Ze verbindt het huidige woningdebat met denkers als William Petty, John Locke, Adam Smith en Henry George, maar ook met de geschiedenis van landkaarten, droogmakerijen en eigendomsrechten. De kern is helder: woningbezit biedt zekerheid en vermogensopbouw, maar die zekerheid rust op eeuwenoude opvattingen over land, eigendom en rechtvaardigheid.
De waarde zit steeds vaker in de locatie
Dat grond een steeds groter deel van de woningprijs vormt, verandert de manier waarop naar betaalbaarheid moet worden gekeken. Bouwkosten kunnen stijgen en dalen, maar de waarde van een gewilde locatie loopt vaak op door bevolkingsgroei, inkomensgroei, bereikbaarheid en publieke voorzieningen. Hierdoor komt een groot deel van economische groei uiteindelijk terecht in grond- en huizenprijzen.
Voor de praktijk houdt dit in dat nieuwbouw niet automatisch betaalbaar wordt zodra er meer woningen worden gebouwd. Als locaties schaars blijven en de grondwaarde blijft oplopen, kan extra aanbod de druk verzachten zonder het onderliggende prijsmechanisme weg te nemen. Betaalbaarheid vraagt dan niet alleen om bouwproductie, maar ook om scherp grondbeleid.
Grondbeleid raakt direct aan eigendom
Een overheid die serieus wil sturen op huizenprijzen, moet iets doen met de waarde van grond. Dat kan via actief grondbeleid, erfpacht, belasting op waardestijging, strengere planvorming of het anders verdelen van baten bij gebiedsontwikkeling. Maar zulke ingrepen raken aan eigendomsrecht en liggen daardoor politiek en juridisch gevoelig.
Het gevolg is dat grondbeleid vaak technisch klinkt, terwijl het in werkelijkheid gaat over verdeling van vermogen. De vraag is niet alleen hoeveel woningen er komen, maar ook wie verdient aan de bestemmingswijziging, de infrastructuur en de stijgende aantrekkelijkheid van een gebied. Juist daar wordt bepaald of publieke investeringen vooral private grondwinsten opleveren of ook bijdragen aan betaalbare woningen.
Boek is sterkst bij het heden
Volgens de bespreking komt Schoon het best tot haar recht wanneer zij de historische discussie over grondbezit verbindt met de huidige woningmarkt. Vooral de passages over kapitaalstromen, hypotheekrenteaftrek en de Nederlandse liefde voor het rijtjeshuis maken duidelijk hoe wonen, financiering en ruimtegebruik met elkaar verweven zijn. De centrale vraag wordt dan concreet: hoeveel land heeft een mens eigenlijk nodig?
Die vraag is actueler dan ooit. Nederland moet ruimte vinden voor woningen, energie, natuur, waterberging, bedrijvigheid en landbouw, terwijl klimaatverandering de zekerheid van land zelf onder druk zet. Schoons sombere observatie dat land niet meer vanzelfsprekend blijft bestaan, maakt grondbeleid ook een klimaat- en risicovraagstuk.
Huizenprijzen zijn ook een grondverhaal
Het boek laat zien dat de woningmarkt niet los te begrijpen is van grondbezit, kredietverlening en ruimtelijke ordening. Lage rentes, inkomensgroei en ruimere hypotheekmogelijkheden hebben veel koopkracht richting woningen gestuurd, maar op gewilde locaties vertaalt die koopkracht zich vooral in hogere grondprijzen. De plek wordt duurder, niet alleen het huis.
Voor gebiedsontwikkeling, beleggingen en woningbouwbeleid is dat een belangrijke les. Wie betaalbaarheid wil vergroten, moet niet alleen kijken naar bouwtempo en vergunningen, maar ook naar de verdeling van grondwaarde. De grond onder onze voeten is daarmee geen achtergrondfactor, maar een van de belangrijkste knoppen waaraan de woningmarkt draait.
Bron: fd.nl