Gevelplaten losgelaten: wie draagt het risico?
23 februari 2026
Geschil over gevelplaten bij de Raad van Arbitrage
Een ogenschijnlijk eenvoudige keuze – lijmen of schroeven – mondde uit in een juridisch geschil bij de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen (RvA). Centraal stond de vraag wie verantwoordelijk is wanneer gevelplaten na oplevering herhaaldelijk loslaten.
De aannemer realiseerde een woning met gevelplaten van het type Eternit Equitone Tectiva, voorgeschreven door de architect van de opdrachtgever. In de ontwerpstukken was echter niets opgenomen over de wijze van bevestiging. Op de vraag van de aannemer of de platen geschroefd of verlijmd moesten worden, antwoordde de opdrachtgever per e-mail: verlijmen.
Verlijming volgens verwerkingsvoorschriften
De aannemer voerde het werk uit voor een aanneemsom van bijna €4,5 ton en gebruikte een lijm die expliciet was opgenomen in de verwerkingsvoorschriften van de producent. Ook het productblad van de lijmleverancier bevestigde dat de lijm geschikt was voor toepassing bij deze gevelplaten.
Alles leek dus conform de destijds geldende voorschriften te zijn uitgevoerd. Zowel de instructies van de platenproducent als die van de lijmleverancier golden op het moment van uitvoering. Toch bleek de praktijk weerbarstiger.
Gevelplaten laten los na oplevering
In de drie jaar na oplevering lieten meerdere platen geheel of gedeeltelijk los. De aannemer herstelde deze telkens door opnieuw te verlijmen. Opvallend is dat de producent van de gevelplaten en de lijmleverancier hun voorschriften in 2023 en 2024 aanpasten.
Vanaf dat moment werd verlijmen niet langer aanbevolen. De nieuwe richtlijnen schreven óf schroeven voor, óf – vanaf 2025 – bevestiging via een aluminium draagsysteem aan de achterzijde van de platen. Daarmee werd impliciet erkend dat de eerdere combinatie functioneel tekortschiet.
Aansprakelijkheid bij functioneel ongeschikte bouwmethode
Toen in 2024 opnieuw platen loslieten, stelde de opdrachtgever de aannemer aansprakelijk. Volgens hem was sprake van een verborgen gebrek als gevolg van uitvoeringsfouten. Bovendien zou het ontwerp uitgaan van een blinde bevestiging, zonder zichtbare schroeven.
De aannemer bestreed dat. Hij had de voorgeschreven materialen toegepast en conform de geldende voorschriften gewerkt. Dat de gekozen combinatie achteraf functioneel ongeschikt bleek, kon hem volgens eigen zeggen niet worden verweten. Wel bood hij aan de platen vast te schroeven met schroeven in kleur, een methode die inmiddels door de producent werd ondersteund. De opdrachtgever weigerde dit vanwege het zichtbare karakter van de bevestiging.
Oordeel van de RvA over verantwoordelijkheid
De arbiter van de RvA stelde vast dat er geen aanwijzingen waren voor uitvoeringsfouten. Ook werd erkend dat de combinatie van platen en verlijming functioneel ongeschikt was gebleken, mede gezien de gewijzigde verwerkingsvoorschriften en het ontbreken van garantie bij verlijming.
De kernvraag was echter of de opdrachtgever de bevestigingsmethode had voorgeschreven. Hoewel de aannemer geen keuze had in merk, type en kleur van de platen, kon een korte e-mail met het antwoord ‘lijmen’ niet worden beschouwd als een expliciete opdracht of doordachte aanwijzing van de opdrachtgever.
Volgens de arbiter mocht de aannemer er niet zonder meer van uitgaan dat deze keuze inhoudelijk was overwogen. Daarmee bleef de verantwoordelijkheid voor de gekozen bevestigingsmethode bij de aannemer. Hij werd veroordeeld tot herstel, waarbij schroeven in kleur zijn toegestaan.
Omdat de aannemer deze oplossing al eerder had aangeboden en de opdrachtgever dat voorstel had afgewezen, werd de opdrachtgever veroordeeld tot betaling van de procedurekosten. Een uitspraak die in de sector niet onopgemerkt zal blijven, omdat zij raakt aan de verdeling van risico’s bij materiaalkeuze, uitvoeringsmethode en interpretatie van communicatie tijdens het bouwproces.
Bron: cobouw.nl