Gebrek aan infraplannen vergroot onzekerheid in de bouw

9 februari 2026

Geen richting voor wegen en spoor

Nederland moet beter anticiperen op stijgende zeespiegel met infrastructuur plannenWie had gehoopt dat het nieuwe coalitieakkoord duidelijke keuzes zou maken over de toekomst van de Nederlandse infrastructuur, komt bedrogen uit. Hoewel VVD, CDA en D66 miljarden extra reserveren voor bereikbaarheid en onderhoud, blijft onduidelijk waar dat geld precies terechtkomt.

Voor wegen, spoor en waterwerken ontbreekt een samenhangend toekomstbeeld. Daarmee lijkt infrastructuur vooral een onderhandelingskaart te worden richting de Tweede Kamer, in plaats van een beleidsdossier met een heldere koers.

Onzekerheid frustreert de infrabouw

Voor infrabouwers is het ontbreken van duidelijke langetermijnkeuzes meer dan een detail. Aan werk is de komende jaren geen gebrek, maar juist dat vormt een risico. Personeelstekorten en stevige concurrentie bij aanbestedingen zetten marges onder druk en jagen de kosten verder op.

Zonder zicht op wat er na de komende jaren op de sector afkomt, wordt het lastig om gericht te investeren in mensen, opleiding en innovatie. Terwijl juist die investeringen nodig zijn om structurele knelpunten aan te pakken.

A27 als enige harde keuze

Slechts op één punt is het coalitieakkoord ondubbelzinnig. De verbreding van de A27 aan de oostkant van Utrecht gaat definitief niet door. Jarenlang was dit een belangrijk dossier, maar inmiddels ontbreekt een Kamermeerderheid voor fysieke uitbreiding.

Het kabinet kiest nu voor andere doorstromingsmaatregelen en wil het resterende budget inzetten voor andere knelpunten. Welke dat zijn, blijft vooralsnog onduidelijk.

Gepauzeerde projecten stapelen zich op

Bij Rijkswaterstaat ligt nog altijd een lijst met zeventien snelweg- en vaarwegprojecten die eerder zijn doorgeschoven. Daaronder vallen onder meer trajecten op de A2 en A58 en de aanpak van belangrijke sluizen.

Hoewel recent enkele projecten alsnog zijn vlotgetrokken, kwamen daar nieuwe vertragingen bij. Zo is de renovatie van de Van Brienenoordbrug uitgesteld, wat de druk op het netwerk verder vergroot.

Geldgebrek en stijgende kosten

Voor het oplossen van deze achterstanden zijn miljarden extra nodig. Tegelijkertijd zorgen stikstofbeperkingen, capaciteitstekorten en stijgende materiaalprijzen voor vertraging en kostenoverschrijdingen.

Al eerder werd duidelijk dat de beschikbare middelen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport onder druk staan. Er is simpelweg niet genoeg geld om alles tegelijk te doen, waardoor scherpe keuzes noodzakelijk zijn.

Extra miljarden onvoldoende

De coalitie trekt 1,5 miljard euro extra uit voor zogenoemde prioritaire infrastructuurprojecten. In verhouding tot de opgave is dat beperkt. Eerder werd becijferd dat tot 2038 ruim twintig miljard euro nodig is om bestaande achterstanden weg te werken.

Zonder duidelijke prioritering dreigt het extra budget vooral versnipperd te worden ingezet.

Spoor en waterbouw blijven onderbelicht

Ook op het spoor ontbreekt richting. Waar eerdere kabinetten expliciet ambities uitspraken, blijven concrete plannen nu achterwege. Dat geldt eveneens voor grote waterbouwkundige projecten, waar beslissingen worden doorgeschoven terwijl de kosten oplopen.

Het uitblijven van heldere keuzes zorgt voor teleurstelling in de sector, die juist afhankelijk is van voorspelbare investeringsprogramma’s.

Defensie als mogelijke aanjager

Een opvallend contrast vormt de forse investering in defensie. Een deel van dat budget zal naar verwachting terechtkomen in infrastructuur, om grootschalig transport mogelijk te maken.

Die plannen vragen echter om tijdige inpassing in de meerjarige programmering. Zonder samenhang met het civiele infrabeleid dreigt ook hier versnippering.

Risico van politiek schuiven

Dat een minderheidskabinet voorzichtig is met concrete toezeggingen, is begrijpelijk. Tegelijkertijd schuilt daarin een risico. Zonder expliciete keuzes kunnen infraprojecten worden ingezet als wisselgeld in politieke onderhandelingen.

Juist grote infrastructurele investeringen vragen om een stabiele koers die kabinetten overstijgt. Het ontbreken daarvan vergroot de onzekerheid voor de sector.

Bron: cobouw.nl