Forse groei nieuwbouw in aantocht voorspelt EIB, maar personeelstekort dreigt
26 januari 2026
Na magere jaren nu forse groei in zicht
De komende jaren beloven bijzonder gunstig te worden voor de woningbouw. Volgens Taco van Hoek, directeur van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), staat Nederland een “spectaculaire” stijging in het aantal nieuwbouwwoningen te wachten. Na jaren waarin het aantal opleveringen terugliep, wordt verwacht dat de productie in 2025 en 2026 fors aantrekt: van 68.000 woningen vorig jaar naar respectievelijk 80.000 en 84.000. Zulke aantallen zijn al bijna twintig jaar niet meer voorspeld.
Veel van deze woningen zijn al in aanbouw. Het gaat vooral om grote binnenstedelijke projecten, vaak woontorens. Die keuze is ingegeven door de focus in de ruimtelijke ordening van de afgelopen jaren. Toch zijn dit ook meteen de projecten met langere doorlooptijden, waardoor de oplevering vaak gefaseerd en met vertraging plaatsvindt. Die vertraging zorgt ervoor dat de komende twee jaar ineens een flink volume op de markt komt.
Kansen én grenzen voor kabinet Jetten I
Het momentum lijkt gunstig voor het nieuwe kabinet. Maar Van Hoek waarschuwt dat het streefdoel van 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar voorlopig niet haalbaar is. Volgens hem blijft het aantal afgegeven bouwvergunningen steken onder de 90.000. Oorzaak: een gebrek aan geschikte locaties.
Toch ziet Van Hoek wél mogelijkheden om de 100.000 te halen, maar dan moet de focus verschuiven van louter grootschalige plannen naar ook kleinschalige woningbouw verspreid over het land. Kleine projecten kunnen namelijk veel sneller gerealiseerd worden. Dat maakt de recente oproep van D66 om tien nieuwe steden te bouwen volgens Van Hoek lastig verdedigbaar. De voorbereidingstijd is enorm en past niet bij hun eerdere standpunt tegen bouwen buiten de stad.
Herstel bij verduurzaming, zorgen over utiliteitsbouw
Niet alle bouwsegmenten varen wel bij het nieuwe vooruitzicht. Zo daalde de herstel- en verbouwproductie door een afname in verduurzamingsmaatregelen, zoals de installatie van zonnepanelen. Gelukkig lijkt deze sector zich licht te herstellen, vooral dankzij investeringen in de verduurzaming van bestaande woningen.
De utiliteitsbouw is echter een zorgenkindje. De bouw van nieuwe winkels, scholen en kantoren daalde vorig jaar met 8 procent en krijgt dit jaar een nieuwe tik van 7 procent. Bedrijven kampen met onzekerheid, winkels met leegstand en de logistieke sector herstelt van eerdere piekjaren. Volgend jaar wordt wel een bescheiden opleving verwacht, maar vanaf een laag niveau.
Energiesector stuwt infrastructuurprojecten
De infrastructuur laat een positiever beeld zien. Vooral in de energiesector is er groei. Kabel- en leidingwerk profiteert sterk van investeringen in de energietransitie. Volgens het EIB is dit de snelst groeiende markt in de Europese grond-, weg- en waterbouw tussen 2026 en 2028. Ook de natte waterbouw zit in de lift dankzij extra investeringen van waterschappen in het kader van de Kaderrichtlijn Water.
Arbeidsmarkt als grootste bottleneck
De totale bouwproductie stijgt dit jaar met 2,5 procent, met woningbouw als aanjager. Tot 2030 groeit de sector met gemiddeld 2,5 procent per jaar, goed voor een toename van 103 naar 118 miljard euro. Toch plaatst Van Hoek een kanttekening bij dit optimisme: het nijpende personeelstekort blijft een grote rem op de uitvoering.
Bijna de helft van de bouwers meldt hinder te ondervinden door een tekort aan vakmensen of vertraging bij vergunningverlening. Gemeenten kampen immers zelf ook met personeelstekorten. Vooral de grond-, weg- en waterbouw mist voldoende instroom vanuit opleidingen. Volgens Van Hoek moet er worden ingezet op zij-instromers én arbeidsmigranten om de groeiende vraag aan te kunnen.
Hij wijst erop dat het politieke klimaat rond arbeidsmigratie momenteel ongunstig is, terwijl de bouw juist méér mensen nodig heeft. Minder migratie zou de sector hard treffen, met als risico dat cruciale projecten blijven liggen.
Bron: cobouw.nl