Energietransitie vast door tegenstrijdige stroomprijzen

12 januari 2026

Prijsparadox blokkeert duurzame investeringen

Trekt de verplichte aanschaf van een warmtepomp Nederlanders over de streep voor klimaatveranderingDe Nederlandse energietransitie zit klem tussen twee uitersten: stroom is tegelijk te duur voor gebruikers en te goedkoop voor producenten. Daardoor komt elektrificatie moeilijk van de grond. Investeringen in elektrische vrachtwagens, warmtepompen en industriële verduurzaming blijven achter, terwijl aan de productiekant projecten als windparken stranden omdat de verwachte opbrengsten de kosten niet dekken.

Voor huishoudens en bedrijven loont het simpelweg nog te weinig om te investeren in verduurzaming, tenzij de overheid via subsidies of verplichtingen bijstuurt. Tegelijkertijd zien producenten hun verdienmodel verdampen als ze investeren in nieuwe opwekcapaciteit, maar de elektriciteitsprijs daarna keldert.

Duurzame energie is wél de toekomst

Wie alleen naar de cijfers kijkt, zou kunnen denken dat de energietransitie een mislukking is. Maar het tegendeel lijkt waar. Wereldwijd zetten landen massaal in op vergroening, van China tot Saoedi-Arabië. Ook technologische vooruitgang maakt duurzame energie steeds aantrekkelijker. De energietransitie biedt op lange termijn onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen én bescherming van het klimaat.

De paradox zit hem niet in de fundamentele waarde van duurzame energie, maar in de timing van investeringen. Gebruikers wachten tot de stroom goedkoper wordt. Producenten wachten tot de prijs stijgt. En zo gebeurt er te weinig.

Gebrek aan zekerheid remt beweging bij beide partijen

Zonder garantie op stabiele prijzen durven gebruikers geen grote stappen te zetten richting elektrificatie. Want als hun investering leidt tot extra vraag, en de productie kan dat niet bijbenen, stijgt de prijs. Producenten zitten met het tegenovergestelde probleem: zodra ze investeren in extra capaciteit, bestaat het risico dat het overschot de prijs doet dalen en hun investering niet rendeert.

Zo ontstaat een stilstand waarin niemand als eerste durft te bewegen. Een klassieke kip-ei-situatie die marktpartijen niet alleen kunnen doorbreken.

Regie van de overheid is onmisbaar

De overheid heeft de sleutel in handen om deze impasse te doorbreken. Heldere langetermijndoelen en regelgeving bieden de duidelijkheid die de markt nodig heeft. Zonder zulke kaders blijft iedereen afwachten. Het uitstel van het verbod op fossiele auto’s tot 2035 is daar een treffend voorbeeld van: onzekerheid leidt tot stilstand en oplopende kosten.

Ook praktische ingrepen zijn essentieel. Het elektriciteitsnet moet worden versterkt, zodat nieuwe aansluitingen niet eindeloos op zich laten wachten. Opslag van energie – via batterijen of waterstof – moet versneld worden ontwikkeld. En slimme inzet van elektriciteit op momenten van overvloed kan het systeem efficiënter maken.

Financiële stabiliteit als hefboom

Een oplossing ligt mogelijk ook in slimme financiële instrumenten. Met een systeem van ‘contracts for difference’ kan de overheid een vangnet bieden voor prijsschommelingen. Dat maakt investeringen voorspelbaarder en verlaagt de risico’s voor zowel gebruikers als producenten.

Door daarbij een kleine vergoeding te vragen en het risico deels bij de overheid te leggen, kunnen marktpartijen doen waar ze goed in zijn: investeren en innoveren. De energietransitie komt pas echt op gang als het systeem meebeweegt met de dynamiek van vraag en aanbod.

Bron: fd.nl