Eén op vijf gemeenten dreigt woningbouw stil te zien vallen
16 maart 2026
Vergunningen woningbouw bepalen kansen voor nieuwe woningen
De woningbouw in Nederland staat niet alleen onder druk door schaarste aan locaties en stijgende bouwkosten. Ook de snelheid waarmee gemeenten vergunningen voor woningbouw afgeven, blijkt een doorslaggevende factor. Nieuwe cijfers laten zien dat bijna één op de vijf gemeenten de afgelopen twee jaar zo weinig bouwvergunningen heeft verstrekt dat de woningvoorraad nauwelijks kan groeien.
Voor toekomstige gemeentebesturen betekent dit dat de uitgangspositie sterk kan verschillen. Waar sommige gemeenten de afgelopen jaren veel vergunningen hebben afgegeven en daarmee het fundament leggen voor nieuwe woningen, moeten andere gemeenten vrijwel vanaf nul beginnen. Dat maakt de discussie over woningbouw, zeker in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, extra relevant.
Cijfers over vergunningen voor woningbouw
Tussen januari 2024 en januari 2026 hebben Nederlandse gemeenten gezamenlijk bijna 186.000 vergunningen afgegeven voor nieuwbouwwoningen. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek kan de woningvoorraad daarmee theoretisch met ongeveer 2,3 procent groeien.
Toch blijft dit aantal achter bij de nationale ambitie om jaarlijks ongeveer 100.000 woningen te realiseren. Volgens het Economisch Instituut voor de Bouw en Bouwkennis is het huidige tempo van vergunningverlening onvoldoende om die doelstelling structureel te halen.
De verschillen tussen gemeenten zijn daarbij groot. Uit een analyse blijkt dat ruim 18 procent van de gemeenten minder vergunningen heeft afgegeven dan nodig is om de woningvoorraad met één procent te laten groeien. In die gemeenten dreigt de woningbouw de komende jaren verder achter te blijven.
Grote verschillen tussen gemeenten
Wanneer gekeken wordt naar grotere steden, vallen de verschillen extra op. Eindhoven heeft sinds 2024 vergunningen afgegeven voor nieuwbouw die overeenkomen met ongeveer 4,6 procent van de bestaande woningvoorraad. Utrecht volgt met circa 3,6 procent.
Andere grote steden blijven duidelijk achter. In Den Haag ligt het percentage rond de 1,3 procent en in Groningen op ongeveer 1,6 procent. Deze verschillen betekenen dat sommige steden al een flinke pijplijn van toekomstige bouwprojecten hebben opgebouwd, terwijl andere steden mogelijk met een vertraging in de woningproductie te maken krijgen.
Woningbouw als centraal thema in gemeentepolitiek
Woningbouw vormt een van de belangrijkste onderwerpen bij de komende gemeenteraadsverkiezingen. Lokale partijen presenteren uiteenlopende plannen om de woningnood aan te pakken. Denk aan voorrang voor eigen inwoners, stimulansen voor senioren om te verhuizen, hogere percentages sociale huur, flexibelere parkeernormen of juist bouwen aan de randen van steden.
Opvallend is dat lokale afdelingen van politieke partijen soms andere accenten leggen dan hun landelijke partijprogramma’s. Dat onderstreept hoe lokaal het woningbouwbeleid in de praktijk wordt ingevuld.
Vergunningverlening als stille motor van woningbouw
Hoewel nieuw opgeleverde woningen vaak zichtbaar worden gepresenteerd als resultaat van het huidige gemeentebestuur, ligt de werkelijkheid vaak anders. Veel projecten die vandaag worden opgeleverd, zijn jaren geleden al gestart en vaak door eerdere bestuurders voorbereid.
Vergunningverlening geeft daarom een realistischer beeld van de toekomstige woningbouw. Zodra een vergunning is afgegeven, kan een project daadwerkelijk richting realisatie bewegen. Tegelijkertijd kan het bij complexe gebiedsontwikkelingen jaren duren voordat een vergunning wordt verleend, waardoor de planning van woningbouw sterk afhankelijk is van langdurige procedures.
Voorbeelden van uiteenlopende woningbouwdynamiek
Het verschil tussen gerealiseerde woningen en verleende vergunningen wordt duidelijk wanneer gemeenten naast elkaar worden gelegd. Zo kwam Oudewater in eerder onderzoek naar voren als een gemeente die haar bouwdoelen ruimschoots wist te halen. De recente vergunningcijfers laten echter zien dat er de afgelopen twee jaar nauwelijks nieuwe vergunningen zijn afgegeven. Dat betekent dat toekomstige bouwproductie daar mogelijk terugvalt.
In buurgemeente Montfoort is juist het tegenovergestelde zichtbaar. Daar zijn relatief weinig woningen opgeleverd, maar de gemeente heeft wel veel vergunningen afgegeven. Daardoor ligt er een stevige basis voor toekomstige woningbouwprojecten waar een volgend gemeentebestuur de vruchten van kan plukken.
De cijfers maken duidelijk dat de vergunningverlening vandaag bepalend is voor de woningproductie van morgen. Gemeenten die nu weinig vergunningen afgeven, kunnen daardoor in de komende jaren moeite krijgen om hun woningbouwambities waar te maken.
Bron: cobouw.nl