Biobased bouwen: van ambitie naar standaard in Haaglanden
7 april 2026
Corporaties kiezen voor biobased bouwen en renovatie
Acht woningcorporaties in de regio Haaglanden zetten een duidelijke stap richting toekomstbestendig bouwen. Zij hebben zich gecommitteerd aan een gezamenlijke ambitie om biobased materialen structureel toe te passen in renovatie en nieuwbouw. Het uitgangspunt daarbij is helder en ambitieus tegelijk: ‘biobased, tenzij’. Daarmee verschuift biobased bouwen van een interessante optie naar een nieuw vertrekpunt in de besluitvorming rond vastgoedprojecten. De ondertekening van de zogeheten 30-30-30 commitmentverklaring markeert een nieuwe fase waarin duurzaamheid concreter en meetbaarder wordt gemaakt.
De 30-30-30 norm als nieuwe bouwrealiteit
De afspraak is even eenvoudig als richtinggevend: in 2030 moet bij 30 procent van de renovatie- en nieuwbouwprojecten minimaal 30 procent biobased materiaal worden toegepast. Die doelstelling vraagt niet alleen om technische aanpassingen, maar ook om een andere manier van denken en organiseren. Waar duurzaamheid eerder vaak een aanvullende ambitie was, wordt het nu steeds vaker een harde randvoorwaarde binnen projecten. Dat heeft directe impact op materiaalkeuzes, ontwerp en samenwerking in de keten.
Schaal en samenwerking binnen Haaglanden
De betrokken corporaties – Arcade Mensen en Wonen, HaagWonen, Rondom Wonen, Staedion, Stedelink, Wassenaarsche Bouwstichting, Vidomes en WoonWest – opereren binnen het bredere samenwerkingsverband Sociale Verhuurders Haaglanden. Met een portefeuille van ruim 125.000 woningen vertegenwoordigt dit collectief een aanzienlijk deel van de woningmarkt in de regio. Juist die schaal maakt het mogelijk om versnelling te realiseren. Door gezamenlijk op te trekken ontstaat er ruimte om kennis te delen, risico’s te spreiden en innovaties sneller toe te passen in de praktijk.
Biobased bouwen als antwoord op stikstof en CO2
De keuze voor biobased bouwen komt niet uit de lucht vallen. Corporaties zoeken nadrukkelijk naar manieren om toekomstige knelpunten voor te blijven. Denk aan stikstofproblematiek, netcongestie en de reële kans op strengere CO2-regelgeving of zelfs een CO2-heffing. Door nu al in te zetten op materialen met een lagere milieu-impact, proberen corporaties hun projecten ook op de langere termijn haalbaar en betaalbaar te houden. Tegelijk blijft de focus liggen op kostenbeheersing en bouwsnelheid – factoren die in de praktijk doorslaggevend blijven.
Ondersteuning en subsidies versnellen de transitie
De corporaties staan er niet alleen voor. Met ondersteuning van Building Balance krijgen zij toegang tot kennis, tools en praktische expertise om de gestelde doelen te behalen. Daarnaast speelt de provincie Zuid-Holland een actieve rol in het versnellen van deze ontwikkeling. Via subsidies en stimuleringsprogramma’s wordt innovatie aantrekkelijker gemaakt en kunnen corporaties experimenteren zonder dat dit direct ten koste gaat van de businesscase. Het gezamenlijke leren en ontwikkelen wordt daarbij gezien als een cruciale succesfactor.

Opschaling blijft de grote uitdaging
Hoewel de ambities hoog zijn, laat de praktijk zien dat biobased bouwen nog in de opschalingsfase zit. Uit eerdere benchmarks blijkt dat slechts een klein deel van de nieuwbouwprojecten momenteel aan de 30 procent norm voldoet. Belangrijke obstakels liggen onder meer bij de beschikbaarheid van materialen en de certificering ervan. Toch lijkt de beweging onomkeerbaar. Naarmate meer partijen zich committeren aan deze aanpak, groeit de druk op de markt om mee te bewegen – en ontstaan tegelijkertijd nieuwe kansen voor partijen die hier nu al op inspelen.
Bron: cobouw.nl