Bajeskwartier maakt hergebruik ontwikkelstrategie
21 mei 2026
Bajeskwartier laat zien dat hergebruik meer is dan een mooie tralie aan de muur
Op het terrein van de voormalige Bijlmerbajes groeit een nieuwe stadswijk waarin hergebruik niet als decoratie is toegevoegd, maar als uitgangspunt voor de hele gebiedsontwikkeling. Bij de bouw van het Bajeskwartier moet 98% van het oude gevangeniscomplex een nieuwe functie krijgen. In de praktijk betekent dit dat circulariteit niet pas begint bij de materiaalkeuze, maar al bij de ontwikkelstrategie, planning, logistiek en samenwerking tussen alle betrokken partijen.
Van gevangenis naar stadswijk
Na de sluiting van de Bijlmerbajes in 2016 maakten AM, AT Capital en Schröders Capital een plan voor een nieuwe wijk met circa 1.300 woningen. Daarvan valt 30% in de sociale sector. Daarnaast komen er winkels, kantoren, horeca en gezondheidsvoorzieningen. Het voormalige gevangenisterrein verandert daarmee van afgesloten complex in een gemengd stedelijk gebied.
De transformatie is inmiddels duidelijk zichtbaar. Vijf van de zes gevangenistorens zijn gesloopt, de eerste woongebouwen zijn bewoond en in het groen keren elementen uit de oude bajes terug. Beton uit het complex krijgt een plek in het park en staal van celdeuren is gebruikt voor brugleuningen. Zo wordt het verleden geen voetnoot, maar onderdeel van de nieuwe openbare ruimte.
Hergebruik als fundament
Volgens de ontwikkelaars is hergebruik in het Bajeskwartier geen bijzaak. Het gaat niet om enkele symbolische verwijzingen naar de gevangenis, maar om een manier van ontwikkelen waarbij materiaal, identiteit en duurzaamheid samenkomen. De ambitie om 98% van het oude complex te hergebruiken dwingt tot andere keuzes in ontwerp, uitvoering en kostenbeheersing.
Dat maakt circulair bouwen concreet én complex. Materialen uit een gevangenis hebben geen standaardmaten, zijn niet altijd direct opnieuw toepasbaar en vragen vaak om een nieuwe functie. Tralies kunnen bijvoorbeeld een scheiding in een fietsenstalling worden en oude gevelelementen kunnen terugkeren als herkenbaar detail bij de entree van een woongebouw.
Circulariteit vraagt meer organisatie
De grootste uitdaging zit niet alleen in het ontwerp, maar ook in de logistiek. Materialen moeten worden gesorteerd, geregistreerd, tijdelijk opgeslagen en op het juiste moment weer beschikbaar zijn. Omdat sloop en nieuwbouw niet altijd op elkaar aansluiten, was opslag op het terrein zelf niet voldoende en moesten materialen deels elders worden bewaard.
Hierdoor ontstaat een andere bouwpraktijk dan bij traditionele nieuwbouw. Hergebruik vraagt meer coördinatie, meer afstemming en soms extra transportbewegingen. De circulaire winst ontstaat dus niet vanzelf; zij moet voortdurend worden afgewogen tegen tijd, ruimte, kosten en uitvoerbaarheid.
Regels lopen nog niet altijd mee
Ook wet- en regelgeving maakt hergebruik ingewikkeld. Beton, hout en staal uit bestaande gebouwen voldoen niet automatisch aan huidige certificeringseisen of bouwvoorschriften. Omdat materialen verschillen in maat, samenstelling en technische eigenschappen, is vaak maatwerk nodig om veiligheid en duurzaamheid aan te tonen.
Voor de praktijk houdt dit in dat circulair bouwen niet alleen een ontwerpvraagstuk is, maar ook een juridisch en technisch proces. Ontwikkelaars, aannemers, technische bureaus en toezichthouders moeten samen beoordelen waar hergebruik verantwoord kan worden toegepast. Juist die spanning tussen ambitie en regels kan innovatie versnellen, maar laat ook zien dat de bouwpraktijk verder is dan sommige kaders.
De waarde van ruwe randjes
In het Bajeskwartier blijft de geschiedenis bewust zichtbaar. Niet alle hergebruikte materialen ogen strak of nieuw, maar juist die ruwe randen geven de wijk karakter. Bewoners krijgen daardoor geen volledig gladgestreken nieuwbouwmilieu, maar een leefomgeving met sporen van het verleden.
Die keuze voegt identiteit toe aan de gebiedsontwikkeling. De oude gevangenismuur, de contouren van gesloopte gebouwen en de behouden vrouwentoren maken de geschiedenis leesbaar in het nieuwe plan. De voormalige vrouwentoren krijgt bovendien een technische functie, met onder meer een warmte-koudeopslagsysteem voor de wijk en plannen voor groen en stadslandbouw.
Lessen voor nieuwe projecten
De belangrijkste les uit het Bajeskwartier is dat circulariteit vanaf het eerste ontwerpstadium moet worden meegenomen. Wie pas na de sloop kijkt wat bruikbaar is, is eigenlijk te laat. Hergebruik vraagt om vroege inventarisatie, goede documentatie en een ontwerpteam dat flexibel genoeg is om plannen aan te passen wanneer materialen anders uitpakken dan verwacht.
Daarnaast blijkt samenwerking doorslaggevend. Circulariteit is geen individuele prestatie van één ontwikkelaar, architect of aannemer, maar een gezamenlijke werkwijze. Zonder bestuurlijke steun, technische flexibiliteit en bereidheid om te experimenteren blijven veel circulaire ambities steken in goede bedoelingen.
Nieuwe standaard in wording
Het Bajeskwartier laat zien dat circulair bouwen steeds minder wordt gezien als beperking en steeds vaker als waardevolle ontwikkelkans. Hergebruik kan materiaal besparen, CO2-impact verlagen en een gebied een herkenbare identiteit geven. Daarmee wordt circulariteit niet alleen een duurzaamheidsmaatregel, maar ook een manier om ruimtelijke kwaliteit en gebiedswaarde te versterken.
De voormalige Bijlmerbajes bewijst dat bestaande gebouwen meer kunnen opleveren dan sloopmateriaal. Wie vanaf het begin ontwerpt met wat er al is, kan verleden, duurzaamheid en nieuwe stedelijkheid met elkaar verbinden. De kern is helder: hergebruik werkt pas echt wanneer het geen sluitpost is, maar onderdeel van de ontwikkelstrategie.
Bron: cobouw.nl