Middenhuur versoepeld, bouwtempo moet omhoog

23 april 2026

Het sein staat op rood voor de woningbouwHet kabinet wil de woningbouw versnellen en tegelijk de verkoopgolf van huurwoningen afremmen. Door middenhuurregels te versoepelen en procedures te versnellen, moet investeren in huurwoningen weer aantrekkelijker worden. Het rendementsperspectief verbetert, al blijven structurele knelpunten zoals fiscaliteit en infrastructuur de markt afremmen.

Tempo omhoog via gemeenten

De versnelling moet vooral uit de uitvoering komen. Gemeenten krijgen extra middelen om personeel in te zetten voor vergunningverlening en gebiedsontwikkeling, waardoor projecten minder vaak stilvallen in de planfase. Kortere doorlooptijden maken projecten beter voorspelbaar en daarmee financierbaar.

Tegelijk zet het kabinet in op intensiever gebruik van de bestaande voorraad. Het vergunningsvrij maken van splitsen en optoppen moet binnenstedelijke verdichting versnellen. Daarmee verschuift een deel van de oplossing van uitbreidingslocaties naar bestaande stedelijke gebieden.

Meer rek in middenhuur

De aanpassingen in het middenhuursegment zijn bedoeld om het afnemende aanbod te keren. Door stapeling van beleid nam het rendement af, waarna veel particuliere verhuurders kozen voor verkoop. Meer ruimte in huurprijzen moet die beweging afremmen en het aanhouden van woningen weer aantrekkelijker maken.

De WOZ-waarde gaat een zwaardere rol spelen in het puntenstelsel, waardoor met name woningen op aantrekkelijke locaties hoger gewaardeerd worden. Dat vertaalt zich in extra ruimte binnen de maximale huur en verbetert direct de exploitatie.

Ook het schrappen van de puntenaftrek voor het ontbreken van buitenruimte werkt vooral in stedelijke markten door. Woningen zonder balkon of tuin worden daardoor minder hard ‘afgestraft’ in de huurprijs.

Voor nieuwbouw wordt de bestaande opslag verlengd, waardoor een hogere huur langer toegestaan blijft. Dit vergroot de rek in businesscases en maakt projecten eerder haalbaar, zeker in gebieden met hoge bouwkosten.

Structurele knelpunten blijven liggen

De maatregelen richten zich nadrukkelijk op de korte termijn. Ingrepen in fiscaliteit of grondprijzen blijven vooralsnog uit, terwijl juist die factoren zwaar wegen in investeringsbeslissingen. De investeringsdynamiek verandert daardoor slechts beperkt.

Daarnaast vormt het overvolle stroomnet een steeds concreter risico. Projecten kunnen vertraging oplopen of stilvallen doordat aansluitingen ontbreken, wat in de praktijk een hardere beperking kan zijn dan regelgeving.

Markt blijft kritisch

Ontwikkelaars en beleggers reageren terughoudend. Fiscale druk, zoals hogere belastingen en het wegvallen van voordelen, werkt direct door in rendementen. Zonder aanpassingen op dat vlak blijft opschaling van het huuraanbod onzeker.

De recente kapitaaluitstroom bij woningfondsen laat zien hoe gevoelig de markt is voor dit soort factoren. Zodra rendement onder druk staat, verschuift kapitaal snel naar andere segmenten.

Herijken van strategieën

De plannen bieden nieuwe aanknopingspunten, maar veranderen het speelveld niet fundamenteel. Projecten en portefeuilles vragen opnieuw om beoordeling op haalbaarheid en risico.

Beleid geeft meer richting, maar nog geen zekerheid. Wie actief is in middenhuur of nieuwbouw, zal scherper moeten sturen op locatie, kosten en langetermijnrendement.

Bron: fd.nl