Rijksbouwmeester: focus minder op nieuwbouw, benut bestaande voorraad
26 januari 2026
Een wonder dat we jaarlijks 80.000 woningen bouwen
Francesco Veenstra, Rijksbouwmeester en medeoprichter van Vakwerk Architecten, staat aan het eind van zijn ambtstermijn. In die laatste maanden pleit hij nadrukkelijk voor een koerswijziging in het woningbouwbeleid. De focus ligt nu te veel op nieuwbouw, terwijl de oplossing voor het woningtekort volgens hem grotendeels in de bestaande woningvoorraad zit.
Het is volgens Veenstra zelfs “een wonder” dat we elk jaar tussen de 70.000 en 80.000 nieuwe woningen weten op te leveren. Niet omdat bouwen technisch ingewikkeld is, maar omdat het proces zó complex is door de vele belangen, regels en onzekerheden die een rol spelen.
Minder bouwen, meer aanpassen
Veenstra stelt dat als we 5% van de bestaande woningen aanpassen – door bijvoorbeeld te splitsen, optoppen of woningdelen – we het huidige woningtekort van circa 400.000 woningen grotendeels kunnen oplossen. Er is volgens hem nog te veel koudwatervrees bij gemeenten als het gaat om woningsplitsing. De houding is vaak ‘nee, tenzij’, terwijl de potentie groot is, vooral bij de 42% rijtjeswoningen die Nederland rijk is.
Een dergelijke aanpak levert bovendien sneller resultaat op dan het realiseren van grootschalige nieuwbouwlocaties, die vaak jarenlange voorbereiding vergen. Hij erkent dat ook nieuwbouw nodig blijft, maar benadrukt dat het woningaanbod sneller en slimmer kan worden uitgebreid met de woningen die er al zijn.
Ruimtelijke ordening vraagt om scherpe keuzes
De huidige woningnood speelt zich af tegen een achtergrond van grote druk op de ruimte. Van stikstof tot datacenters, van defensieterreinen tot logistieke hallen: iedereen wil ruimte, en dat zorgt voor frictie. Veenstra roept het nieuwe kabinet op om scherpe keuzes te maken en daarbij volksgezondheid centraal te stellen. Gebieden met hoge milieubelasting, zoals nabij industrie of intensieve landbouw, zijn wat hem betreft niet automatisch geschikte woningbouwlocaties.
De herinvoering van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening ziet hij als een hoopvol signaal. Toch waarschuwt hij dat regie voeren méér vraagt dan alleen een beleidsstuk als de Nota Ruimte. Er is daadkracht nodig, met duidelijke prioriteiten en actieve betrokkenheid van het Rijk, juist nu veel overheidssturing jarenlang is afgebouwd.
Wonen als publieke verantwoordelijkheid
Een belangrijk deel van Veenstra’s boodschap draait om de herwaardering van wonen als publieke zaak. Sinds de jaren negentig werd sterk ingezet op marktwerking, maar dat model heeft zijn grenzen bereikt. Marktpartijen bouwden vooral grotere eengezinswoningen, terwijl de woningbehoefte tegenwoordig juist ligt bij kleinere, betaalbare woningen voor eenpersoonshuishoudens en ouderen.
De huizenprijzen zijn in tien jaar tijd meer dan verdubbeld. In 2016 kostte een woning gemiddeld €215.000, inmiddels is dat ruim een half miljoen. Terwijl de bouwkosten niet in hetzelfde tempo zijn gestegen. Het geld zit nu in de grond en bij de huidige eigenaren, niet bij de bouw of de vakmensen.
Volgens Veenstra is het daarom hoog tijd voor een nieuwe visie op volkshuisvesting, waarbij betaalbaarheid, leefkwaliteit en lange termijn centraal staan. En waarbij de overheid – wanneer nodig – stut en steun biedt om bouwprojecten ook in economisch moeilijke tijden doorgang te laten vinden.
Bron: fd.nl