Onduidelijke bouwregels zorgen voor onveiligheid en vertraging
19 januari 2026
Veilig bouwen begint bij duidelijke regels
Niemand wil in een onveilig gebouw wonen of werken. Gelukkig hebben we wet- en regelgeving die onze gebouwen, bruggen en infrastructuur veilig moet houden. Maar daar wringt nu juist de schoen: recente normen en richtlijnen maken het bouwen niet per se veiliger, wel ingewikkelder. De regels zijn soms zo onduidelijk, dat een voorspelbaar ontwerpproces nauwelijks nog mogelijk is.
De intenties achter nieuwe wetgeving zijn meestal goed: voortschrijdend inzicht, incidenten of innovaties in de sector leiden tot aanpassingen. Logisch, want niemand wil terug naar de bouwmethodes van honderd jaar geleden. Maar de praktische toepasbaarheid van nieuwe regels lijkt steeds vaker het ondergeschoven kind.
Normen die verwarring zaaien
Neem bijvoorbeeld de geactualiseerde NEN 9997-1 norm voor geotechniek. Die bevat geen eenduidige rekenmethode voor funderingspalen. Bovendien is deze norm niet wettelijk verankerd via het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), waardoor niet duidelijk is of en hoe je hem moet toepassen.
Iets vergelijkbaars speelt bij de NTA 6125 voor brandveiligheid in houtbouw. Deze bevat strengere richtlijnen dan wettelijk vereist, maar is – zelfs als hij definitief wordt – niet verplicht. Het gevolg: ontwerpers en vergunningverleners weten niet meer waar ze aan toe zijn.
En dan is er nog de MPG (MilieuPrestatie Gebouwen), bedoeld om de milieu-impact van de bouw te beperken. Hoewel er plannen liggen om de eisen aan te scherpen, zijn die voorlopig in de wacht gezet. Niemand weet voor hoe lang, en dus blijft ook hier onzekerheid troef.
Constructeurs in een spagaat
Zelfs vanuit de sector zelf komen voorstellen die eerder verwarring dan duidelijkheid brengen. Zo wordt binnen het programma ‘Veiligheid in de Bouw’ gepleit voor een coördinerend constructeur met verregaande verantwoordelijkheden. Alleen is nog allerminst duidelijk wat deze rol inhoudt en hoe deze in de praktijk moet worden ingevuld. Ook dat draagt niet bij aan een soepel bouwproces.
Verschillende regels per gemeente
De gevolgen zijn voelbaar in de hele sector. Adviseurs worden geconfronteerd met veranderende eisen, soms pas laat in het proces. Gemeentes verschillen onderling in interpretatie, waardoor een bouwaanvraag in de ene plaats probleemloos wordt goedgekeurd, maar elders wordt afgewezen. Dat leidt tot vertragingen, extra kosten en soms zelfs veiligheidsrisico’s.
De grootste dupe? De opdrachtgever. Die wordt geconfronteerd met onbetrouwbare planningen, aangepaste vergunningsprocedures en – in het slechtste geval – een eindproduct dat niet voldoet aan de verwachtingen of eisen.
Regeldruk versus regeldiepte
Opmerkelijk genoeg staat deze toenemende onduidelijkheid haaks op het beleid van de overheid. Die wil juist minder regels om de woningbouw te versnellen. Programma’s zoals STOER (Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving) zijn bedoeld om de bouwsector te ontlasten. Maar in de praktijk lijkt het tegenovergestelde te gebeuren.
Wat nodig is, is niet per se méér of strengere regels, maar betere. Duidelijke, eenduidige richtlijnen die vooraf helder zijn voor alle betrokkenen. Pas als die basis op orde is, kunnen we echt spreken van veilig en efficiënt bouwen.
Bron: cobouw.nl