Rabobank snoeit in aflossingsvrije hypotheek: gebaar of gevaar?

29 januari 2026

Signaal naar toezichthouders

De Rabobank beperkt vanaf mei de mogelijkheden voor aflossingsvrij lenen aanzienlijk. Hoewel dit volgens Rabobank past binnen een bredere sectorontwikkeling, lijkt het vooral bedoeld als geruststelling richting toezichthouders AFM en DNB. Die waarschuwen al jaren voor de risico’s van deze hypotheekvorm. Toch zijn huiseigenaren zelden echt in de problemen gekomen.

Volgens Michel Ligtlee van Vereniging Eigen Huis worden zij tientallen keren per maand benaderd door bezorgde klanten die brieven of telefoontjes van hun bank ontvangen. De boodschap is vaak hetzelfde: het is misschien tijd om over te stappen op een andere hypotheekvorm of extra af te lossen. Die toenemende communicatie leidt vooral tot verwarring en onzekerheid.

Een probleem van relatief beperkte omvang

De Autoriteit Financiële Markten schatte eerder dat zo’n 78.000 huishoudens risico lopen hun aflossingsvrije hypotheek straks niet opnieuw te kunnen financieren. Dat klinkt fors, maar in verhouding tot de vier miljoen hypotheken in Nederland valt het mee. Veel van deze leningen stammen nog uit de vroege jaren 2000, toen aflossingsvrij de norm was. Sindsdien zijn de regels en inzichten flink veranderd, en willen banken deze leningen liever van de balans halen.

Toch ontstaat er volgens VEH juist onrust door de communicatiestrategie van sommige banken. Klanten van bijvoorbeeld ABN Amro ontvangen soms meerdere waarschuwingen per maand. Die opgevoerde druk kan het gevoel geven dat er een verkeerd product is verkocht, terwijl in veel gevallen sprake is van aanzienlijke overwaarde en weinig acuut risico.

Gevolgen voor de woningmarkt

Rabobank stelt nu een grens: maximaal 30% aflossingsvrij, met een plafond van €150.000. Als andere banken volgen, zou dit volgens VEH een vertragend effect kunnen hebben op de woningmarkt. Starters en doorstromers kunnen minder makkelijk financieren zoals ze gewend zijn, wat het tempo in de markt zou kunnen drukken.

De aflossingsvrije hypotheek zelf is op papier simpel: je betaalt alleen rente en lost aan het eind in één keer af. Dat kan met spaargeld, verkoopwinst of een nieuwe lening. Voor mensen die inmiddels minder verdienen, met pensioen zijn of onvoldoende hebben gespaard, kan dat lastig worden. En zeker als hun oude hypotheekconstructie niet zomaar mee te nemen is naar een volgende woning.

De echte zorgen liggen nog jaren vooruit

Toezichthouders maken zich vooral zorgen over de periode rond 2035, wanneer veel van deze leningen aflopen. DNB vreest dan voor mogelijke financiële problemen bij huishoudens, met risico’s voor de stabiliteit van het bredere financiële systeem. Maar volgens VEH en andere experts is dat vooruitlopen op onzekerheden. Veel huiseigenaren ervaren geen knelpunten in de betaalbaarheid.

Ook Nibud stelt dat de risico’s nu aanzienlijk kleiner zijn dan tien jaar geleden, toen nog tot 100% aflossingsvrij werd geleend. Sinds 2013 is deze vorm uitgesloten van hypotheekrenteaftrek en beperkt tot maximaal 50%, waarbij de rest via annuïtaire of lineaire aflossing verloopt. Daarmee zijn de meeste hypotheken al deels afgelost.

Is het risico niet wat overtrokken?

Bijzonder hoogleraar Johan Conijn wijst erop dat Nederland een hoge woningoverwaarde kent en een stevig pensioenstelsel. De werkelijke risico’s zullen per huishouden sterk verschillen. Toch is het begrijpelijk dat toezichthouders tijdig willen ingrijpen, om te voorkomen dat mensen later verplicht kleiner moeten gaan wonen.

Oscar Noorlag van Van Bruggen Adviesgroep vermoedt dat banken vooral handelen om de AFM en DNB tevreden te stellen. Hij noemt de ingreep ‘belerend’, en wijst erop dat veel mensen juist tevreden zijn met hun huidige constructie. Zolang de rente betaald wordt en er opnieuw kan worden gefinancierd, is er geen probleem. Pas nu banken actief gaan beperken, ontstaan er volgens hem nieuwe belemmeringen.

Bron: fd.nl