Het kabinet zet met een pakket van vijftig maatregelen opnieuw in op 100.000 nieuwe woningen per jaar. Voor corporaties verbetert het investeringsperspectief aanzienlijk, maar voor de private huurmarkt blijft de rekensom lastig. Huurregulering, fiscale lasten, rente en bouwkosten drukken nog altijd op het rendement van nieuwe middenhuur.
100.000
woningen per jaar blijft de kabinetsambitie
€10.000
subsidie per nieuw gebouwde middenhuurwoning
15%
krimp van de voorraad bij particuliere beleggers in twee jaar
Meer steun voor woningbouw
Het nieuwe woningbouwoffensief combineert bestaande en nieuwe maatregelen. Vanaf 2029 tot en met 2035 blijft jaarlijks €1 miljard beschikbaar om woningbouw te versnellen. Ook worden middenhuurregels licht versoepeld en onderzoekt het kabinet opnieuw de mogelijkheid van tijdelijke huurcontracten.
Voor woningcorporaties is het financiële effect groter. Vanaf 2028 vervalt de toepassing van de Atad-regels voor corporaties, waardoor zij meer rente kunnen aftrekken. Volgens Aedes levert dit jaarlijks €425 miljoen minder winstbelasting op en ontstaat ruimte voor circa €6 miljard extra investeringen in nieuwbouw en verduurzaming.
Private huur blijft kwetsbaar
Bij private verhuurders is het beeld minder gunstig. Strengere huurregels, hogere rente en zwaardere belasting op vastgoed hebben vooral kleinere particuliere beleggers uit de markt gedrukt. De voorraad huurwoningen in hun bezit kromp volgens Kadastergegevens in twee jaar met circa 15%. Institutionele nieuwbouw dempt die daling, maar voorkomt niet dat het totale private huursegment sinds juli 2024 kleiner is geworden.
De kern van het probleem blijft de businesscase: extra subsidie helpt, maar compenseert niet automatisch de combinatie van gereguleerde huren, fiscale druk, hogere financieringslasten en oplopende bouwkosten.
Subsidie verandert rendement beperkt
Onderzoek van hoogleraar Dirk Brounen laat zien hoe klein het effect van één maatregel kan zijn. Een subsidie van €10.000 per nieuwe middenhuurwoning verhoogt het verwachte rendement van een gemiddelde investering volgens zijn berekening met 0,36 procentpunt. Dat is volgens Brounen onvoldoende om de nieuwbouw van middenhuur zelfstandig op gang te brengen.
Daarmee verschuift de discussie van losse subsidies naar structurele afspraken over rendement, locaties en productie. Brounen ziet meer in langjarige concessies met institutionele beleggers, waarbij overheid en markt vooraf duidelijkheid creëren over bouwopgaven en een aanvaardbaar rendement.
Investeringsklimaat blijft bepalend
Het kabinetsplan kan procedures versnellen en de financiële positie van corporaties verbeteren, maar herstel van de private huurmarkt vraagt vooral om een voorspelbare investeringsomgeving. Voor nieuwe middenhuurprojecten blijven huurregels, fiscaliteit, rente en bouwkosten gezamenlijk bepalend voor haalbaarheid en rendement. Meer weten over economische ontwikkelingen en hun invloed op vastgoedbeslissingen? Bekijk dan de Cursus Vastgoedmarkt & Trends.
Bron: fd.nl