Emissieloos bouwen vraagt om laadzekerheid

15 juni 2026 Leestijd: 4 minuten

Emissieloos bouwen is in korte tijd van ambitie naar aanbestedingspraktijk verschoven. Voor bouwers, opdrachtgevers en vastgoedpartijen wordt de volgende stap minder technisch en juist strategisch: alleen met voldoende toekomstige opdrachten en betrouwbare laadinfrastructuur blijft investeren in elektrisch materieel verantwoord.

€120 miljoen

aan subsidie voor decentrale overheden die emissieloos materieel opnemen in aanbestedingen.

87 gemeenten

zijn in 2026 aangesloten bij de afspraken rond Schoon en Emissieloos Bouwen.

2030

is het jaar waarin het huidige SEB-convenant afloopt en nieuw perspectief nodig wordt.

Elektrisch materieel wordt volwassen

emissieloos bouwen met elektrisch materieelHet Rijk wil de elektrificatie van bouwmaterieel in de infrasector verder aanjagen. Via de Uitvoeringsagenda Schoon en Emissieloos Bouwen krijgen gemeenten, provincies en waterschappen dit jaar opnieuw financiële steun wanneer zij emissieloos materieel onderdeel maken van hun aanbestedingen.

De afspraken komen voort uit het SEB-convenant, waarin overheden en marktpartijen hebben vastgelegd hoe emissieloos materieel vaker in projecten kan worden ingezet. In de praktijk ontstaat daardoor een markt waarin bouwers eerder durven te investeren, omdat aanbestedende diensten de vraag naar elektrisch materieel voorspelbaarder maken.

Aanbestedingen bepalen investeringsruimte

Volgens Anne Koudstaal, Reisleider Duurzaamheid bij TBI, is de omslag in de bouw uitzonderlijk snel gegaan. Waar in 2019 de eerste elektrische vrachtwagen werd ingezet, komt de vraag naar emissieloos materieel inmiddels in ongeveer 30 procent van de grote tenders voor.

Die groei kan verder oplopen richting 50 procent, maar de effecten zijn niet direct zichtbaar. Tenders die nu worden voorbereid, komen vaak pas over anderhalf tot twee jaar op de markt. Hierdoor ontstaat een vertraging tussen beleidsambitie, aanbesteding en daadwerkelijke inzet op de bouwplaats.

Voor de praktijk houdt dit in dat materieelkeuzes steeds meer afhangen van de projectpijplijn. Elektrische machines zijn volgens Koudstaal inmiddels breed verkrijgbaar, maar de financierbaarheid blijft lastig zolang ondernemers onvoldoende zekerheid hebben over toekomstige opdrachten.

De kern van de transitie is niet alleen beschikbaarheid van elektrisch materieel, maar vooral vertrouwen dat emissieloze eisen structureel blijven terugkomen in aanbestedingen.

Ambitie mag niet verwateren

Het huidige convenant loopt tot 2030. Dat de minister ook naar de periode daarna wil kijken, is volgens Koudstaal noodzakelijk om het tempo vast te houden. Zonder langjarig handelingsperspectief wordt het voor marktpartijen moeilijker om investeringen in schoon materieel te verantwoorden.

Een terugkerend risico is dat opdrachtgevers met stevige emissieloze eisen starten, maar deze later in het proces afzwakken. Zodra meerkosten of andere factoren zwaarder gaan wegen, verdwijnt de beloning voor partijen die wel hebben geïnvesteerd. Het gevolg is dat investeringsbereidheid afneemt, juist op het moment dat schaalvergroting nodig is.

Voor bouwprojecten en gebiedsontwikkeling betekent dit dat duurzaamheidseisen niet los kunnen worden gezien van aanbestedingsstrategie. Wie emissieloos bouwen vraagt, moet die eis ook consequent laten meewegen in planning, budget en gunning.

Laadinfrastructuur wordt projectvoorwaarde

Naast opdrachten is stroomvoorziening een bepalende factor. Het maakt voor de businesscase veel uit of materieel op een langdurig project kan laden via overheden of netbeheerders, of dat een commerciële aanbieder nodig is.

In de meeste gevallen is stroom volgens Koudstaal dichtbij beschikbaar, maar niet altijd op de juiste plek, op het juiste moment of tegen voorspelbare kosten. Hierdoor wordt laadplanning een onderdeel van projectvoorbereiding, vergelijkbaar met logistiek, fasering en bereikbaarheid.

Voor vastgoed- en infrapartijen vertaalt dit zich in een bredere opgave: emissieloos bouwen vraagt niet alleen om schonere machines, maar ook om beter georganiseerde randvoorwaarden. Alleen dan blijft het vliegwiel draaien en kan schaalgrootte de kosten op termijn drukken.

Bron: cobouw.nl