RISE Rotterdam: 1.477 woningen ten koste van bestaande flat

21 september 2026 Leestijd: 3 minuten

Rotterdam wil met het hoogbouwproject RISE aan het Hofplein 1.477 woningen realiseren, waaronder 299 sociale huurwoningen. Daarvoor moet de bestaande Pompenburgflat verdwijnen. Het project brengt een fundamentele discussie over stedelijke verdichting op gang: levert sloop en nieuwbouw voldoende maatschappelijke en financiële meerwaarde op om het verlies van bestaande woningen, materialen en architectuur te rechtvaardigen?

1.477

Geplande woningen binnen het hoogbouwproject RISE.

286 meter

Geplande hoogte van de hoogste woontoren.

299

Sociale huurwoningen in de toekomstige Coolsingeltoren.

Meer woningen door sloop en nieuwbouw

Vastgoedontwikkeling en hoogbouw bij het project RISE in RotterdamDe Rotterdamse gemeenteraad stemde begin 2025 in met het bestemmingsplan voor RISE. Het project omvat drie woontorens met daarnaast ruimte voor horeca, winkels en kantoren. De huidige Pompenburgflat uit 1981, ontworpen door architect Carel Weeber, en naastgelegen kantoorpanden maken hiervoor plaats.

Woningcorporatie Havensteder ziet de herontwikkeling als mogelijkheid om meer betaalbare woningen in de binnenstad te realiseren. Het aantal sociale huurwoningen neemt toe van 226 naar 299. Met de overige woningen draagt het project eveneens bij aan de verdichting van het centrum.

Duurzaamheidswinst van hoogbouw ter discussie

Ontwikkelaar RED Company en architectenbureau Powerhouse Company zetten bij RISE in op circulair bouwen. Het project moet voor minimaal 70% circulair worden en het toegepaste beton wordt volgens de ontwikkelaar geproduceerd met 20% minder CO2-uitstoot.

Critici wijzen echter op de milieubelasting van sloop en de grote hoeveelheid staal en beton die hoogbouw vereist. Hoogleraar Ronald Schleurholts van de TU Delft pleit daarom voor renovatie en transformatie als uitgangspunt. Ook het hergebruik van vermalen bouwmaterialen kost volgens hem energie en veroorzaakt uitstoot.

De ontwikkelaar benadrukt daartegenover de energiezuinigheid van de nieuwe woningen en de voordelen van de ligging bij openbaar vervoer. Daarmee draait de discussie niet alleen om de bouwfase, maar ook om de milieuprestaties gedurende de levensduur van het gebouw.

De duurzaamheidsafweging bij sloop en nieuwbouw vraagt om meer dan de energieprestatie van het nieuwe gebouw. Ook de milieubelasting van sloop, materiaalgebruik en de mogelijkheden voor hergebruik bepalen de totale impact van een vastgoedontwikkeling.

Bewonersbelangen en architectonische waarde

De voorgenomen sloop verdeelt de bewoners. Een deel verzet zich tegen het verdwijnen van de gerenoveerde woningen en de bestaande woongemeenschap. Andere bewoners hebben met Havensteder afspraken gemaakt over onder meer terugkeer, tijdelijke huisvesting, huurbevriezing en een verhuisvergoeding.

Ook de architectonische betekenis van de Pompenburgflat speelt mee. Deskundigen beschouwen het gebouw als waardevol voorbeeld van naoorlogse architectuur. Zij wijzen op de mogelijkheid om bestaande gebouwen aan te passen in plaats van volledig te vervangen.

Integrale afweging bij binnenstedelijke ontwikkeling

RISE laat zien hoe woningbouwambities, duurzaamheidsdoelen en bestaande vastgoedwaarden met elkaar kunnen botsen. Hoogbouw maakt intensiever grondgebruik mogelijk, maar brengt ook hogere eisen aan constructies, installaties en ontsluiting met zich mee.

Bij vergelijkbare herontwikkelingen vraagt de keuze tussen sloop en transformatie daarom om een integrale beoordeling van bouwkosten, woningopbrengst, materiaalgebruik, exploitatie en maatschappelijke gevolgen. De grootste bouwhoogte levert niet automatisch de meest doelmatige of duurzame gebiedsontwikkeling op.

Bron: nrc.nl