Klimaatvriendelijk bouwen dat het klimaat juist meer belast

16 februari 2026

Groene ambities en de verborgen CO2-uitstoot in de bouw

Groene daken als oplossing voor wateroverlast bij hevige regenEen gevel vol bomen, daktuinen en een zee aan groen: het oog wil ook wat. Toch blijkt achter dat aantrekkelijke beeld soms een minder duurzaam verhaal te schuilen. Dat is de kern van de tentoonstelling Carbon Confessions in Rotterdam, waar architectenbureau MVRDV laat zien dat de beste groene intenties in de bouw onverwacht kunnen doorslaan.

Een voorbeeld is een appartementencomplex in Parijs dat werd ontworpen met veel groen, zelfs bomen op het dak. Die bomen vragen echter om zware constructies, extra fundering en veel staal. Juist de productie van staal en beton zorgt voor aanzienlijke CO2-uitstoot. Het resultaat: een ogenschijnlijk klimaatvriendelijk ontwerp dat in de praktijk een forse klimaatimpact heeft. Volgens de makers zouden de bomen honderden jaren moeten groeien om de extra uitstoot te compenseren.

Bouwsector verantwoordelijk voor 39 procent van de wereldwijde uitstoot

De bouwsector is wereldwijd verantwoordelijk voor circa 39 procent van de totale CO2-uitstoot. Daarmee ligt er een enorme verantwoordelijkheid bij iedereen die betrokken is bij gebiedsontwikkeling, ontwerp, realisatie en exploitatie.

Wat daarbij vaak onderbelicht blijft, is dat ongeveer de helft van de uitstoot van een gebouw al heeft plaatsgevonden voordat de eerste gebruiker de sleutel omdraait. Die uitstoot zit in de bouwfase zelf: in materialen, transport en uitvoering. Zonnepanelen, warmtepompen en andere duurzame installaties maken een gebouw energiezuiniger in gebruik, maar veranderen niets aan de emissies die al in het beton en staal besloten liggen.

Dat besef schuurt. Want hoe duurzaam is een gebouw dat in de gebruiksfase goed presteert, maar bij oplevering al een flinke CO2-schuld heeft opgebouwd?

Van iconische nieuwbouw naar kritische zelfreflectie

MVRDV, bekend van onder meer de Markthal en het Depot Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, toont in de tentoonstelling niet alleen successen, maar ook projecten waarbij de duurzaamheidsambities in de praktijk tegen grenzen aanliepen.

Zo werd in 2012 een portiersloge op De Hoge Veluwe ontworpen volledig in beton, destijds zonder scherp inzicht in de CO2-impact van dat materiaal. Toen het gebouw jaren later daadwerkelijk werd gerealiseerd, werd gezocht naar beton met een zo laag mogelijke CO2-voetafdruk. In theorie bestond er een innovatieve variant met aanzienlijk lagere emissies, maar in de praktijk bleek dit materiaal niet beschikbaar of niet toepasbaar binnen de bouwketen.

Het laat zien hoe groot de kloof soms is tussen ontwerpambitie en uitvoerbaarheid. Duurzame materialen zijn in ontwikkeling, maar schaalbaarheid, beschikbaarheid en kosten blijven bepalende factoren.

Renovatie en herontwikkeling als duurzaam alternatief

Misschien wel de meest prikkelende stelling die uit de tentoonstelling naar voren komt, is deze: niets is klimaatvriendelijker dan niet bouwen. Voor een sector die draait op ontwikkeling en groei is dat een ongemakkelijke boodschap.

Toch schuilt er een duidelijke logica achter. Bij een project in Shenzhen werd voorgesteld om een bestaand gebouw niet te slopen, maar te renoveren. De opdrachtgever was primair geïnteresseerd in rendement, maar herontwikkeling bleek niet alleen sneller, ook financieel aantrekkelijker. Bovendien bleef de CO2-uitstoot van sloop en volledige nieuwbouw achterwege.

Hier raakt duurzaamheid direct aan vastgoedstrategie. Renovatie, transformatie en hergebruik van bestaande gebouwen verminderen niet alleen de milieu-impact, maar kunnen ook zorgen voor kortere doorlooptijden en minder kapitaalbeslag. In een markt waarin regelgeving rond stikstof, energieprestaties en CO2-reductie steeds strenger wordt, kan dat het verschil maken.

Duurzaamheid vraagt om ketendenken

De rode draad is helder: duurzame ambities moeten verder gaan dan zichtbare ingrepen. Wie werkelijk klimaatvriendelijk wil bouwen, zal de hele levenscyclus van een gebouw moeten meenemen, van grondstofwinning tot sloop of hergebruik.

Dat vraagt om scherpere keuzes in ontwerp, materiaalgebruik en programmering. Maar ook om samenwerking in de keten, realistische inschattingen van materiaalbeschikbaarheid en een kritische blik op de noodzaak van nieuwbouw. Soms ligt de grootste winst niet in het toevoegen van groen, maar in het behouden van wat er al staat.

Bron: nos.nl