Nederland heeft tot en met 2030 ruim 823.000 woningen in de planning staan, maar meer dan de helft van die plannen is nog zacht. Daardoor lijkt het bouwdoel van 100.000 woningen per jaar op papier haalbaar, terwijl de uitvoering onzeker blijft. Voor vastgoedprofessionals draait de opgave niet alleen om aantallen, maar vooral om planstatus, netcapaciteit, procedures en daadwerkelijke oplevering.
823.437
woningen staan gepland voor 2026 tot en met 2030
53%
van de geplande woningen heeft nog een zachte planstatus
93.440
woningen per jaar verwacht ABF gemiddeld als brutobouwproductie
Veel plannen zijn nog onzeker
De Nationale Woningbouwkaart laat zien waar de komende jaren nieuwe woningen moeten verrijzen. Volgens de nieuwste update gaat het om 823.437 woningen met een geplande oplevering tussen 2026 en 2030. Gemiddeld komt dat neer op 164.687 woningen per jaar, ruim boven het landelijke bouwdoel.
Dat optimistische beeld vraagt om nuance. Meer dan de helft van de woningen heeft een zachte status, wat betekent dat plannen nog in de ontwerpfase zitten of dat er nog geen bestemmings- of omgevingsplan is vastgesteld. De kans is daardoor groot dat een deel van deze woningen pas na 2030 wordt opgeleverd, als de bouw al start.
Van planning naar productie blijft lastig
Ook harde plannen bieden geen volledige zekerheid. Netcongestie, bezwaarprocedures, stikstof, personeelstekorten en financiële problemen kunnen projecten vertragen of alsnog stilleggen. Hierdoor ontstaat een kloof tussen plancapaciteit en daadwerkelijke bouwproductie.
De woningbouwkaart toont ambitie, maar zachte plannen leveren nog geen woningen op. Pas bij vergunning, financiering, netaansluiting en bouwstart wordt plancapaciteit echte voorraad.
ABF rekent voorzichtiger
Dat verschil blijkt ook uit de woningbouwprognose van ABF Research. Voor 2026 tot en met 2030 verwacht ABF gemiddeld 93.440 nieuwe woningen per jaar. Alleen volgend jaar komt de grens van 100.000 woningen in zicht.
In 2025 werden exclusief sloop bijna 80.000 woningen toegevoegd via nieuwbouw of transformatie. Dat waren ruim 20.000 minder dan eerder in de plancapaciteit was opgenomen. Voor gemeenten, ontwikkelaars en beleggers blijft daarom vooral de vraag hoeveel plannen daadwerkelijk uitvoerbaar zijn.
Kloof tussen droom en daad
De cijfers laten zien dat Nederland op papier veel woningen kan bouwen, maar dat de praktijk weerbarstiger is. Zolang veel plannen zacht blijven en knelpunten rond netcongestie, stikstof en procedures voortduren, blijft het halen van 100.000 woningen per jaar onzeker.
Voor de vastgoedpraktijk betekent dit dat woningbouwplannen scherper moeten worden beoordeeld op juridische status, uitvoeringsrisico’s en haalbaarheid. Niet de kaart, maar de bouwplaats bepaalt uiteindelijk of de woningmarkt echt wordt geholpen.
Bron: fd.nl