De stikstofplannen van het kabinet brengen volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de uitstootdoelen binnen bereik. Daarmee kan geleidelijk meer ruimte ontstaan voor vergunningen, ook voor bouw en infrastructuur. Een brede heropening van de vergunningverlening zit er echter niet in: natuurherstel en lokale omstandigheden blijven bepalend.
42 – 46%
beoogde daling van de stikstofuitstoot uit de landbouw
2035
jaar waarin de uitstootdoelen moeten zijn bereikt
5 – 10%
mogelijke generieke krimp van de veestapel volgens het PBL
Vergunningruimte groeit stap voor stap
Het PBL verwacht geen plotselinge doorbraak waarbij Nederland volledig van het stikstofslot gaat. Wel kan op steeds meer locaties worden aangetoond dat de natuur zich voldoende herstelt om nieuwe vergunningen mogelijk te maken. Voor bouw- en gebiedsontwikkeling betekent dit dat de beschikbare ruimte waarschijnlijk per gebied en project zal verschillen.
Een belangrijke rol is voorzien voor de rekenkundige ondergrens die het kabinet wil invoeren. Activiteiten met een beperkte, niet goed aan een individueel project toe te rekenen stikstofbijdrage zouden daardoor zonder stikstofvergunning kunnen doorgaan. Dat kan vooral kleinere bouwactiviteiten en verduurzamingsprojecten meer uitvoeringsruimte geven.
Grote projecten houden een hogere drempel
Voor projecten met een grotere uitstoottoename blijft vergunningverlening afhankelijk van de zekerheid dat extra stikstof de natuur niet schaadt. Dat geldt bijvoorbeeld voor grote infrastructuurprojecten en uitbreidingen van industriële bedrijven. Ook vrijgekomen stikstofruimte kan niet automatisch voor nieuwe ontwikkeling worden ingezet als die ruimte nodig is voor natuurherstel.
Meer vergunningruimte betekent niet dat ieder project weer uitvoerbaar wordt. De juridische onderbouwing van natuurherstel blijft de grens bepalen.
Provincies bepalen het tempo
Provincies moeten bij vergunningverlening onderbouwen hoe kwetsbare natuurgebieden worden beschermd. Volgens het PBL kost die uitwerking tijd en capaciteit. Daardoor zal het herstel van de vergunningverlening geleidelijk verlopen en kunnen regionale verschillen groot blijven. Voor projectplanning blijft stikstof daarmee een factor die vroeg in haalbaarheidsstudies en besluitvorming moet worden meegenomen.
Uitvoering blijft grootste onzekerheid
Het maatregelenpakket vraagt volgens het PBL om een uitvoeringsoperatie van historische omvang. Wetgeving moet nog worden aangenomen, provincies moeten gebiedsplannen uitwerken en maatregelen moeten daadwerkelijk effect sorteren. De komende jaren zal daarom niet alleen het beleid, maar vooral de uitvoering bepalen hoeveel extra ruimte werkelijk beschikbaar komt voor bouw, infrastructuur en andere investeringen.
Bron: fd.nl