Private huurmarkt krimpt buiten de Randstad

12 augustus 2026 Leestijd: 3 minuten

De uitpondgolf op de woningmarkt raakt ook kleinere steden hard. Institutionele beleggers verkopen er bestaande huurwoningen, terwijl nauwelijks nieuwe huurwoningen worden toegevoegd. Daardoor kan lokaal een aanzienlijk deel van de private huurvoorraad verdwijnen en wordt het aanbod voor middeninkomens, starters en tijdelijke huurders steeds smaller.

19%

van het particuliere huursegment in Venray kan op termijn verdwijnen

€2,7 mrd

investeerden institutionele beleggers in de eerste helft van 2026

9 op 10

aangekochte bestaande woningen worden waarschijnlijk later uitgepond

Uitponding raakt kleinere huurmarkten hard

Krimp van de private huurmarkt in kleinere stedenIn Venray bezitten private investeerders 1.988 woningen. Tussen 2022 en eind juni 2026 werden daar volgens CBRE 386 huurwoningen aangekocht met het oog op verkoop zodra de huurder vertrekt. Daarmee dreigt circa 19% van de particuliere huurvoorraad uiteindelijk naar de koopmarkt te verschuiven. Verkopen door kleinere box 3-beleggers zijn daarbij nog niet meegerekend.

Ook elders is het effect zichtbaar. In Krimpen aan den IJssel kan 21% van de private huurvoorraad verdwijnen, in Gouda en Westervoort 16%, in Emmen 8% en in Heerenveen 7%. Juist in relatief kleine huurmarkten kan een beperkt aantal verkopen daardoor snel grote gevolgen hebben voor beschikbaarheid en doorstroming.

Nieuwbouw compenseert de verkoop niet

Institutionele beleggers investeerden in de eerste zes maanden van 2026 €2,7 mrd in Nederlandse woningen, 43% meer dan een jaar eerder. Daarvan ging €1,5 mrd naar 4.391 nieuwbouwwoningen en €1,2 mrd naar 4.377 bestaande woningen. Volgens CBRE wordt negen op de tien van die bestaande woningen waarschijnlijk verkocht zodra ze vrijkomen.

In grote steden staat tegenover de verkoop van bestaand bezit vaak nieuwe huurproductie. In onder meer Amsterdam, Utrecht, Haarlem, Leiden, Eindhoven en Zwolle kochten institutionele beleggers sinds 2022 meer nieuwbouw dan zij aan bestaande woningen verkochten. In Venray, Heerenveen, Assen, Emmen en Doetinchem bleef de aankoop van nieuwe huurwoningen in dezelfde periode juist op nul.

De kern van de verschuiving is niet alleen dat huurwoningen worden verkocht, maar dat in kleinere steden nauwelijks nieuwe private huurwoningen terugkomen.

Kapitaal verschuift naar sterkere regio’s

Volgens woningmarkteconoom Matthijs Korevaar verschuift institutioneel woningbezit daardoor steeds meer van goedkopere regio’s naar de Randstad en grotere provinciesteden. Beleggers zoeken markten met veel werkgelegenheid, hoge vraag, hogere woningprijzen en voldoende liquiditeit. Voor kleinere plaatsen betekent dit dat nieuwbouw sterker afhankelijk wordt van woningcorporaties en andere lokale partijen.

De terugtrekkende private huursector raakt vooral huishoudens die te veel verdienen voor sociale huur maar onvoldoende ruimte hebben om te kopen. Voor de vastgoedpraktijk ontstaat daarmee een duidelijke regionale tweedeling: kapitaal en nieuwbouw concentreren zich in liquide groeimarkten, terwijl kleinere steden rekening moeten houden met een structureel smaller middenhuursegment.

Bron: fd.nl