Nederlanders wonen groter ondanks woningcrisis

21 september 2026 Leestijd: 3 minuten

Ondanks de aanhoudende woningcrisis beschikken Nederlanders over meer woonruimte dan tien jaar geleden. Volgens cijfers van het CBS bedroeg de gemiddelde woonoppervlakte begin 2026 ongeveer 55 vierkante meter per persoon, een stijging van 2 vierkante meter ten opzichte van 2016. De ontwikkeling laat zien dat woningtekorten niet uitsluitend samenhangen met het aantal beschikbare woningen, maar ook met de verdeling en benutting van bestaande woonruimte.

55 m²

Gemiddelde woonoppervlakte per persoon in Nederland begin 2026.

+2 m²

Toename van de gemiddelde woonruimte per persoon in tien jaar.

87 m²

Gemiddelde woonoppervlakte per persoon bij alleenstaanden.

Woonruimte groeit met de leeftijd

Woonruimte en benutting van bestaande woningen in NederlandDe beschikbare woonruimte verschilt sterk per levensfase. Jongeren tussen 15 en 20 jaar beschikken gemiddeld over 58 vierkante meter per persoon, vooral doordat zij vaak nog bij hun ouders wonen. Door samenwonen en gezinsuitbreiding neemt de persoonlijke woonruimte daarna af.

Vanaf ongeveer veertig jaar stijgt het gemiddelde opnieuw. Scheidingen, het overlijden van een partner en het vertrek van kinderen kunnen ertoe leiden dat minder mensen dezelfde woning bewonen. Zelfstandig wonende 70-plussers hebben gemiddeld 81 vierkante meter per persoon tot hun beschikking. In deze leeftijdsgroep nam de woonruimte de afgelopen tien jaar met 3 vierkante meter toe.

Grote regionale verschillen in woonoppervlakte

De groei van de woonruimte is niet overal gelijk. In Noord-Drenthe steeg het gemiddelde oppervlak met 5 vierkante meter per persoon, terwijl Flevoland juist een daling van een halve vierkante meter kende. In en rond Amsterdam wonen mensen gemiddeld het krapst. Midden-Limburg biedt de meeste woonruimte per persoon.

Ook het woningtype maakt verschil. Bewoners van eengezinswoningen beschikken gemiddeld over meer ruimte dan tien jaar geleden, terwijl het beschikbare oppervlak per persoon in flats en portiekwoningen juist afnam. Daarmee lopen de ontwikkelingen binnen de bestaande woningvoorraad uiteen.

De woningcrisis gaat niet alleen over het tekort aan woningen, maar ook over de benutting van bestaande vierkante meters. Vooral grote woningen met weinig bewoners bieden mogelijkheden om extra woonruimte te creëren zonder volledige nieuwbouw.

Woningsplitsing biedt kansen voor extra woonruimte

Het splitsen van bestaande grote woningen kan bijdragen aan het verminderen van de woningnood. Door één woning op te delen in meerdere zelfstandige wooneenheden ontstaat extra aanbod binnen de bestaande bebouwing. Daarmee kan de beschikbare woonruimte beter worden afgestemd op kleinere huishoudens.

Hoewel gemeenten mogelijkheden zien in woningsplitsing, blijft de toepassing beperkt. Volgens cijfers die persbureau ANP verzamelde, werden afgelopen jaar slechts enkele duizenden splitsvergunningen afgegeven.

Voor de vastgoedmarkt onderstrepen de CBS-cijfers dat uitbreiding van de woningvoorraad niet uitsluitend afhankelijk hoeft te zijn van nieuwbouw. Ook transformatie, woningsplitsing en een efficiëntere benutting van bestaande gebouwen kunnen bijdragen aan extra woonruimte. De praktische haalbaarheid blijft daarbij afhankelijk van de bouwkundige mogelijkheden, lokale regelgeving en financiële uitvoerbaarheid.

Woningsplitsing als oplossing voor de woningnood

Meer weten over het benutten van bestaande woningen en de juridische aspecten van woningsplitsing? Bekijk dan de Cursus Splitsing in Appartementsrechten van Vastgoed Business School.

Bron: nrc.nl