NAM-vonnis zet vastgoedrisico’s op scherp

22 juni 2026 Leestijd: 3 minuten

De juridische strijd tussen de Staat en de NAM over aardbevingsschade in Groningen levert een gemengd vonnis op. De NAM moet € 268 miljoen voor fysieke schade betalen, maar de rekening voor waardedaling van onverkochte woningen moet opnieuw worden onderbouwd.

€ 268 mln

moet de NAM betalen voor fysieke aardbevingsschade aan woningen

bijna € 500 mln

aan heffingen voor waardedaling staat opnieuw ter discussie

€ 3 mrd+

is in de afgelopen jaren door de Staat aan de NAM doorbelast

Gemengd oordeel over schade

Aardbevingsschade en vastgoedrisico in GroningenDe Staat en de NAM kregen allebei deels gelijk in twee procedures over de kosten van aardbevingsschade. Voor fysieke schade aan woningen oordeelde de rechter dat de minister de kosten terecht heeft doorbelast aan de NAM.

Bij waardedaling van onverkochte woningen ligt dat anders. De rechter vindt dat de minister beter moet uitleggen en onderbouwen waarom deze waardedaling inmiddels wel kan worden berekend.

Waardedaling blijft juridisch lastig

De discussie over waardedaling draait om een fundamenteel vastgoedvraagstuk. Een woning in een aardbevingsgebied kan minder waard zijn, maar bij onverkochte woningen is de concrete omvang van dat waardeverlies moeilijk vast te stellen.

De Hoge Raad stelde eerder al dat de waardedaling van onverkochte woningen niet goed te begroten is. De NAM gebruikte dat oordeel tegen de heffingen die de Staat had opgelegd, en kreeg daarin nu steun van de bestuursrechter.

Het vonnis laat zien dat fysieke schade en waardedaling juridisch verschillend worden beoordeeld, ook al komen beide voort uit hetzelfde aardbevingsrisico.

Mogelijke terugbetaling aan NAM

Omdat de Staat een nieuw besluit moet nemen over de waardedaling, kan een deel van de eerder opgelegde heffingen terugvloeien naar de NAM. Het bedrijf spreekt zelf van een mogelijke substantiële terugbetaling.

Voor de vastgoedpraktijk onderstreept dit hoe zwaar waarderingsmethodiek weegt bij schade, risico en compensatie. Niet alleen de aanwezigheid van schade is bepalend, maar ook de vraag of waardeverlies betrouwbaar en juridisch houdbaar kan worden vastgesteld.

Fysieke schade wel doorbelast

In de tweede zaak draaide het om fysieke schade aan woningen en de uitvoeringskosten van het Instituut Mijnbouwschade Groningen. De NAM vond dat ook schade werd vergoed die niet door aardbevingen was veroorzaakt.

De rechter ging daar niet in mee. De uitgekeerde schadevergoedingen en uitvoeringskosten zijn volgens het oordeel terecht doorbelast aan de NAM, wat voor de Staat een belangrijke bevestiging is van de huidige werkwijze.

Groningen blijft juridisch dossier

De kans is groot dat het conflict hiermee niet is afgerond. Als de minister een nieuw besluit neemt over de waardedaling, kan opnieuw een rechtszaak of arbitrageprocedure volgen.

Voor eigenaren, taxateurs, overheden en vastgoedprofessionals blijft Groningen daarmee een voorbeeld van hoe fysieke schade, marktwaarde en aansprakelijkheid in elkaar grijpen. Het dossier laat zien dat vastgoedrisico’s niet alleen technisch of financieel zijn, maar ook sterk juridisch worden bepaald.

Bron: fd.nl