Hoe krijgt het kabinet kapitaal terug in de huurmarkt?

31 augustus 2026 Leestijd: 3 minuten

De Nederlandse huurmarkt verliest woningen én investeringskapitaal. Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan zoekt daarom naar maatregelen die verhuur en nieuwbouw weer aantrekkelijker maken, zonder de bescherming van huurders direct terug te draaien. Fiscale aanpassingen, steun voor middenhuur en soepeler beleid liggen op tafel.

48.000

huurwoningen verdwenen in circa twee jaar van de markt

8% → 7%

verlaging van de overdrachtsbelasting voor beleggers richting volgend jaar

100.000

nieuwe woningen per jaar blijft de landelijke ambitie

Buitenlands kapitaal opnieuw aantrekken

Investeringen in Nederlandse huurwoningen en middenhuurInternationaal kapitaal speelde jarenlang een belangrijke rol bij de financiering van nieuwe huurwoningen, maar is volgens De Nederlandsche Bank vrijwel weggevallen. Een knelpunt is de vennootschapsbelasting voor buitenlandse pensioenfondsen. Alleen fondsen die voldoende vergelijkbaar zijn met Nederlandse pensioenfondsen krijgen vrijstelling, waarbij de Belastingdienst volgens DNB streng toetst.

Een soepelere interpretatie kan investeringen opnieuw aantrekkelijker maken zonder dat daarvoor direct een wetswijziging nodig is. Daarmee behoort deze maatregel tot de relatief eenvoudig uitvoerbare opties, terwijl de gevolgen voor de schatkist naar verwachting beperkt blijven.

Belastingen blijven bepalend

Voor particuliere beleggers blijft box 3 een belangrijk vraagstuk. In de huidige tussenregeling wordt gerekend met een rendement van 6 procent waarover 36 procent belasting wordt geheven, zonder kostenaftrek. Het beoogde nieuwe stelsel is voor vastgoed gunstiger doordat waardestijging pas bij verkoop wordt belast en kosten weer aftrekbaar worden, maar politiek staat deze hervorming onder druk.

Ook de overdrachtsbelasting beïnvloedt investeringsbeslissingen. Het tarief voor beleggers daalt, maar marktpartijen willen verder omlaag. Extra verlaging kost de overheid echter direct inkomsten: alleen de stap van 8 naar 7 procent betekent volgens de bron jaarlijks €84 miljoen minder belastingopbrengst.

Het kabinet zoekt daarmee naar een balans: investeringen moeten rendabeler worden, maar iedere fiscale of regulerende ingreep verschuift kosten en voordelen tussen huurders, verhuurders, kopers en overheid.

Middenhuur vraagt betere businesscase

Vanaf juli 2028 kunnen woningcorporaties goedkoper lenen voor middenhuur. Institutionele beleggers vrezen daardoor een financieringsachterstand en vragen eveneens om steun. Een optie zijn objectsubsidies waarmee private middenhuurprojecten alsnog rendabel kunnen worden wanneer gereguleerde huren onvoldoende ruimte bieden.

Tegelijk onderzoekt het kabinet andere ingrepen, zoals soepeler woningdelen en ruimere mogelijkheden voor tijdelijke huurcontracten. De rode draad is voorspelbaarheid. Marktpartijen waarschuwen dat grillig beleid investeringen juist afremt. Voor herstel van de huurmarkt lijkt daarom niet één maatregel doorslaggevend, maar een consistente combinatie van fiscale prikkels, financieringsruimte en stabiele regelgeving.

Bron: fd.nl