Een duurzame woning is pas echt toekomstbestendig wanneer zij ook een gezond leefklimaat biedt. Vanuit die overtuiging verdiept bouwondernemer Mark Versteegden zich na het winnen van de Cobouw Duurzaamheid Award 2025 in bouwbiologie. Daarbij staan niet alleen materiaalgebruik en milieuprestaties centraal, maar ook ventilatie, daglicht, vocht, schadelijke stoffen en elektromagnetische belasting.
40
Woningen in het biobased en circulaire Ecodorp Klein Oers.
14 uur
Tijd die mensen volgens Versteegden gemiddeld dagelijks thuis doorbrengen.
90%
Aandeel secundaire grondstoffen bij een project in Den Bosch.
Van duurzaam naar gezond bouwen
Versteegden volgt een opleiding tot bouwbioloog, een adviseur die de relatie tussen gebouwen en gezondheid onderzoekt. Daarbij wordt gekeken naar onder meer binnenlucht, schimmelvorming, chemische stoffen, zonlicht en straling. Het uitgangspunt is dat een gebouw niet alleen energiezuinig moet functioneren, maar ook het welzijn van bewoners moet ondersteunen.
Voor de vastgoedpraktijk verbreedt dit de definitie van gebouwkwaliteit. Ventilatie, materiaalemissies en vochtbeheersing kunnen gevolgen hebben voor comfort, onderhoud en klachten van bewoners. Een gezond binnenklimaat wordt daarmee een onderwerp voor ontwerp, materiaalkeuze én dagelijks beheer.
Ecodorp als praktijkproef
Bouwbedrijf Versteegden won de duurzaamheidsprijs met Ecodorp Klein Oers in Veldhoven. Het project bestaat uit 24 sociale huurwoningen, 16 koopwoningen en een dorpshuis. De woningen zijn grotendeels biobased en circulair gebouwd met houtskeletbouw, strobalen en lokaal gewonnen leem.
Voor de fundering werd glasschuimgranulaat van gerecycled glas gecombineerd met cementloos geopolymeerbeton. Ook bij vloeren, daken, installaties en verf is gezocht naar duurzame alternatieven. Het project laat zien dat materiaalkeuzes direct samenhangen met bouwkosten, uitvoerbaarheid, onderhoud en de uiteindelijke woonkwaliteit.
Gezond bouwen voegt een nieuwe laag toe aan duurzaamheid: niet alleen de milieubelasting van het gebouw telt, maar ook de invloed van materialen en installaties op bewoners.
Meetmethoden vertellen niet alles
Volgens Versteegden is duurzaamheid niet volledig in één score uit te drukken. De Milieuprestatie gebouwen biedt een bruikbaar meetinstrument, maar innovatieve of gerecyclede materialen komen daarin niet altijd gunstig uit. Zo kan isolatie van gerecyclede spijkerbroeken volgens hem relatief slecht scoren, ondanks het hergebruik van grondstoffen.
Hierdoor ontstaat bij materiaalkeuzes een bredere afweging tussen milieuscore, circulariteit, gezondheid, technische prestaties en beschikbaarheid. Voor opdrachtgevers en ontwikkelaars houdt dit in dat sturen op uitsluitend één indicator kan leiden tot een onvolledig beeld van de werkelijke gebouwkwaliteit.
Kennis bepaalt de volgende stap
Versteegden ziet kennis en praktijkervaring als belangrijke voorwaarden om duurzamer te bouwen. Niet ieder project vraagt immers om dezelfde oplossing. In Den Bosch realiseerde zijn bedrijf een project met 90% secundaire grondstoffen, terwijl in Veldhoven vooral biobased materialen werden toegepast.
De belangrijkste les is dat duurzame strategieën per locatie, gebouwtype en gebruik moeten worden afgewogen. Gezondheid kan daarbij uitgroeien tot een nieuw selectiecriterium dat invloed heeft op ontwerp, materiaalkeuze, beheer en de langetermijnwaarde van woningen.
Bron: cobouw.nl