Sinds 1 april 2026 moet in elk taxatierapport voor woningen het funderingsrisico worden opgenomen. Dat geeft kopers meer inzicht in mogelijke herstelkosten, maar legt de rekening voor extra onderzoek in de praktijk vaak bij de partij die al de zwakste onderhandelingspositie heeft.
1 april 2026
is de datum waarop funderingsrisico verplicht onderdeel werd van elk taxatierapport.
487.000 tot 537.000
panden lopen naar schatting een verhoogd risico op verzakking door droogte.
€54.000
bedragen de herstelkosten voor de doorsnee-eigenaar bij funderingsproblemen.
Funderingsrisico wordt zichtbaar in taxatie
Het nieuwe model Taxatierapport Woonruimte geeft elke woning een funderingsrisicoklasse van A tot en met E. Klasse A staat voor een laag risico en klasse E voor een hoog risico. In de praktijk betekent dit dat funderingsproblemen nadrukkelijker meewegen bij waardering, financiering en aankoopbeslissingen.
Volgens woningmarkteconoom Mike Langen is het opnemen van funderingsrisico een terechte stap. Veel kopers hielden tot nu toe weinig rekening met klimaatgerelateerde funderingsschade, terwijl de potentiële herstelkosten hoog kunnen zijn. Door droogte en klimaatverandering kan het aantal risicopanden bovendien verder oplopen tot 687.000.
Onderzoek kan leencapaciteit drukken
Wanneer een taxatierapport een verhoogd funderingsrisico laat zien, is een fase-0-onderzoek nodig om tot een valide taxatie voor een hypotheek te komen. Deze quickscan moet het risico verder duiden. Als daarna nog steeds sprake is van een hoog risico, volgt een uitgebreider fase-1-onderzoek.
In dat vervolgonderzoek worden de verwachte herstelkosten bepaald. Die kosten kunnen de taxatiewaarde van de woning verlagen en daarmee ook de leencapaciteit van kopers raken. Voor de vastgoedpraktijk maakt dit duidelijk dat funderingsinformatie niet alleen technisch van aard is, maar direct doorwerkt in betaalbaarheid en financierbaarheid.
Funderingsrisico’s horen thuis in taxaties, maar de timing van het onderzoek bepaalt wie de kosten en onzekerheid in de aankoopfase draagt.
Koper krijgt informatie vaak te laat
Een belangrijk knelpunt is dat de koper de koopovereenkomst op het moment van taxatie meestal al heeft ondertekend. Daardoor komt informatie over funderingsrisico vaak pas beschikbaar nadat de aankoop emotioneel en juridisch al ver is gevorderd. Vereniging Eigen Huis adviseert daarom een funderingsvoorbehoud op te nemen.
Met zo’n voorbehoud kan een koper zich zonder boete terugtrekken wanneer de funderingsrisico’s groter blijken dan verwacht of wanneer een lagere taxatiewaarde de financiering onmogelijk maakt. Dat vangnet is vooral relevant in een krappe woningmarkt, waar kopers vaak weinig ruimte ervaren om extra voorwaarden te stellen.
Verkoper heeft weinig prikkel tot openheid
Verkopers zijn niet verplicht om informatie over funderingsrisico vooraf beschikbaar te stellen. Daardoor betalen vooral kopers voor nader onderzoek wanneer uit de taxatie een verhoogd risico blijkt. Dit vergroot de informatie-asymmetrie tussen koper en verkoper, juist op een moment waarop de onderhandelingspositie van de koper beperkt is.
Zelfstandig onderzoek doen is voor kopers bovendien niet eenvoudig. Gratis informatie is vaak alleen op postcodeniveau beschikbaar, terwijl gedetailleerde adresgegevens via makelaars lopen. Een aankoopmakelaar kan al snel 3.000 euro kosten en een onlinetaxatierapport van ongeveer 100 euro zal niet iedere koper vooraf laten uitvoeren.
Openbare data maken markt eerlijker
Langen pleit ervoor om informatie over funderingsrisico’s verplicht en openbaar te maken, vergelijkbaar met energielabels, WOZ-waarde of transactiegeschiedenis. Zo weten kopers eerder waar zij aan toe zijn en worden verkopers sterker gestimuleerd om mogelijke problemen niet vooruit te schuiven.
Omdat de data al beschikbaar zijn, zouden de extra kosten beperkt kunnen blijven. Het verkleinen van de informatiekloof maakt de woningmarkt volgens deze redenering eerlijker en toegankelijker. Voor taxateurs, financiers, makelaars en beleidsmakers wordt funderingsrisico daarmee een structureel onderdeel van waardering en risicobeoordeling.
Bron: fd.nl