Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard staakt zijn verzet tegen de bouw van 8.000 woningen in de diepe Zuidplaspolder. Extra maatregelen voor waterberging, droogte en overstromingen maken het plan volgens het waterschap voldoende robuust, maar het conflict onderstreept dat waterveiligheid al bij de locatiekeuze en planvorming een harde randvoorwaarde moet zijn.
8.000
geplande woningen in Cortelande
6 meter
ligt de polder ruim onder NAP
€78 mln
rijksbijdrage voor aanpassing van de plannen
Waterplan maakt woningbouw haalbaar
Het waterschap stapte in 2024 naar de Raad van State omdat het oorspronkelijke bestemmingsplan onvoldoende garanties bood tegen piekbuien, langdurige droogte en mogelijke overstromingen. Na bemiddeling en aanpassing van het ontwerp is een robuuster waterhuishoudingsplan opgesteld. Daarmee acht het hoogheemraadschap het gebied voor de komende honderd jaar voldoende beschermd.
In het aangepaste plan komen extra wadi’s om hevige neerslag tijdelijk op te vangen. Ook worden vlucht- en verzamelpunten ingericht voor het geval zich toch een overstroming voordoet. Daarnaast moet een flexibel waterpeil in de sloten voorkomen dat de slappe veenbodem tijdens droge perioden verder inklinkt.
Klimaatmaatregelen raken grondexploitatie
De extra voorzieningen hebben directe gevolgen voor de inrichting en financiële haalbaarheid van het gebied. Meer ruimte voor waterberging kan het uitgeefbare bouwoppervlak beperken, terwijl aanvullende infrastructuur en bodembescherming de investeringskosten verhogen. Zonder tijdige verwerking in de grondexploitatie kunnen noodzakelijke maatregelen later leiden tot vertraging, herontwerp en budgetoverschrijding.
Het eerdere conflict ontstond mede door tijdsdruk. De gemeente Zuidplas moest uiterlijk in 2024 een bestemmingsplan vaststellen om haar voorkeurspositie bij de aankoop van bouwgrond te behouden. Daardoor was volgens het waterschap te weinig onderzoek gedaan naar de waterhuishouding. In de praktijk laat dit zien dat grondbeleid en planning niet ten koste mogen gaan van technisch onderzoek naar bodem en klimaatrisico’s.
Wie water- en bodemrisico’s pas na vaststelling van het bouwprogramma oplost, loopt het risico dat klimaatmaatregelen duurder worden en minder goed in het ontwerp passen.
Waterschappen eerder aan tafel
Bestuurder Josien van Cappelle pleit ervoor om adviezen van waterschappen zwaarder te laten wegen en mogelijk juridisch bindend te maken. Ook stelt zij een gespecialiseerde taskforce voor die kan bemiddelen wanneer gemeenten en waterschappen botsen over woningbouwplannen. Zo kunnen langdurige juridische procedures en onzekerheid over gebiedsontwikkeling worden beperkt.
Voor ontwikkelaars, gemeenten en grondeigenaren betekent dit dat waterveiligheid niet langer alleen een technische uitwerking aan het einde van een planproces is. Bodemdaling, waterkwaliteit, bergingscapaciteit en evacuatiemogelijkheden beïnvloeden de locatiekeuze, dichtheid, fasering en waardeontwikkeling van een gebied. Vroege afstemming verkleint daarmee zowel het fysieke klimaatrisico als het financiële ontwikkelrisico.
Bereikbaarheid blijft onzeker
Naast het waterschap heeft ook Rijkswaterstaat bezwaar gemaakt tegen Cortelande. De organisatie vreest dat de komst van het dorp tot onbeheersbare verkeersdrukte rond de A12 en A20 leidt. Voor verkeersmaatregelen is ruim €130 miljoen aan rijkssteun toegezegd, maar Rijkswaterstaat moet nog besluiten of dit voldoende is om het beroep in te trekken.
Cortelande toont daarmee hoe grootschalige woningbouw afhankelijk is van samenhangende investeringen in water, bodem en mobiliteit. Zolang één van deze randvoorwaarden onvoldoende is geborgd, blijven planning, grondwaarde en uitvoerbaarheid van het totale project onzeker.
Bron: fd.nl