Voor het eerst in meer dan dertig jaar lijkt het jaarlijkse bouwdoel van 100.000 nieuwe woningen binnen bereik. ABF Research verwacht dat de woningproductie in 2027 bijna op dat niveau uitkomt. Toch blijft voorzichtigheid nodig: netcongestie, stikstof, zachte plannen en stijgende rente kunnen de uitvoering blijven remmen. Voor de vastgoedpraktijk betekent dit dat de pijplijn veelbelovend is, maar dat realisatiezekerheid doorslaggevend blijft.
99.700
woningen worden voor 2027 verwacht, bijna gelijk aan het landelijke streefcijfer
91.000
nieuwe woningen worden dit jaar verwacht via nieuwbouw en transformatie
823.400
woningen zitten tot 2030 in de bruto plancapaciteit
Bouwdoel komt dichterbij
Het jaarlijkse streefcijfer van 100.000 nieuwe woningen is sinds 1990 niet meer gehaald, maar volgens de nieuwe prognose van ABF Research komt dat doel in 2027 bijna binnen bereik. De onderzoekers verwachten voor dat jaar 99.700 woningen. Daarmee zou de woningbouwproductie duidelijk boven het gemiddelde van de afgelopen acht jaar uitkomen.
Ook dit jaar ligt de productie naar verwachting al bovengemiddeld. ABF rekent op 91.000 nieuwe woningen uit nieuwbouw en transformatie. In de afgelopen acht jaar lag het gemiddelde op 86.000 woningen. In de praktijk komt dit neer op een versnelling, maar nog niet op een structurele oplossing voor het woningtekort.
Tekort blijft nog jaren voelbaar
ABF verwacht dat de druk op de woningmarkt de komende jaren iets afneemt. De bevolking groeit minder hard dan eerder gedacht en het aantal toegevoegde woningen stijgt. Toch blijft het woningtekort met 4,6 procent van de woningvoorraad hoog. Voor een gezonde woningmarkt wordt een tekort van ongeveer 2 procent als normaal gezien.
Om dat niveau nu te bereiken, zijn volgens ABF direct 213.000 extra woningen nodig. Het tekort blijft daarom ook bij hogere productie nog lang bestaan. De onderzoekers verwachten dat het aantal huishoudens de komende vijftien jaar met 795.000 toeneemt, terwijl er in die periode 1,034 miljoen woningen bijkomen.
Het halen van 100.000 woningen in één jaar is een belangrijke mijlpaal, maar geen eindpunt. Door de groei van het aantal huishoudens blijft langdurige en stabiele productie nodig.
Veel plannen zijn nog zacht
Aan woningbouwplannen lijkt het op papier niet te ontbreken. De bruto plancapaciteit tot 2030 bedraagt 823.400 woningen. Dat is voldoende om het landelijke bouwdoel te ondersteunen, maar meer dan de helft van deze plannen is nog zacht en dus nog niet vastgelegd in gemeentelijke vergunningen.
Voor ontwikkelaars, gemeenten en beleggers blijft daardoor de vraag hoeveel plannen daadwerkelijk tot bouwstart komen. Netcongestie, stikstof, geitenboerderijen, gifspuitzones en andere ruimtelijke beperkingen kunnen de productie alsnog vertragen. ABF geeft zelf aan dat de aanname dat deze knelpunten slechts beperkt hinderen mogelijk te optimistisch is.
Productie vasthouden wordt de uitdaging
Na 2027 verwacht ABF geen blijvende productie op het niveau van 100.000 woningen per jaar. Sinds januari 2025 is de vergunningverlening enigszins gedaald en ook de rente is de afgelopen maanden gestegen. Dat kan nieuwe projecten financieel moeilijker maken en het tempo drukken.
Minister Boekholt-O’Sullivan wil een terugval voorkomen en wijst op samenwerking tussen kabinet, medeoverheden, corporaties en marktpartijen. Voor de vastgoedpraktijk betekent dit dat de komende jaren niet alleen om hogere aantallen draaien, maar vooral om het omzetten van plannen in uitvoerbare projecten met vergunning, financiering, netaansluiting en bouwcapaciteit.
Bron: cobouw.nl