Brandveiligheid vraagt snellere bouwregels

1 juni 2026 Leestijd: 4 minuten

Brandveiligheid in de Nederlandse bouw vraagt om meer dan het aanpassen van losse wetten en normen. Volgens de ATGB verandert de bouwregelgeving te traag om risico’s rond nieuwe materialen, gevelsystemen en installaties tijdig op te vangen.

2 jaar

is nu minimaal nodig om een wijziging in het Bouwbesluit door te voeren.

6 jaar

kan het proces duren wanneer onderzoek en aanpassing van bepalingsmethoden nodig zijn.

72

mensen kwamen om bij de brand in de Grenfell-toren in Londen.

Brandveiligheid vraagt om snellere bouwregelgeving

Brandveiligheid en bouwregelgeving voor vastgoedDe Nederlandse bouwregelgeving moet sneller kunnen reageren op maatschappelijke en technische ontwikkelingen. Dat stelt de Adviescommissie Toepassing en Gelijkwaardigheid Bouwvoorschriften. Volgens de commissie is het huidige systeem te traag om risico’s zoals bij de Grenfell-brand effectief te voorkomen.

De waarschuwing raakt direct aan de vastgoedsector. Bouwers, ontwikkelaars, gebouweigenaren en adviseurs werken steeds vaker met nieuwe materialen, innovatieve gevelsystemen en duurzame installaties. Die innovaties zijn noodzakelijk voor verduurzaming, maar kunnen ook nieuwe brandveiligheidsrisico’s introduceren wanneer regelgeving, toezicht en kennisontwikkeling achterblijven.

Waarom het huidige systeem tekortschiet

Volgens de ATGB duurt het in de huidige praktijk minimaal twee jaar voordat een wijziging in het Bouwbesluit is doorgevoerd. Wanneer eerst aanvullend onderzoek nodig is of een bepalingsmethode moet worden aangepast, kan dit oplopen tot zes jaar. In een sector waarin materialen, installaties en bouwmethoden snel veranderen, ontstaat daardoor een structurele achterstand.

Die achterstand is extra relevant door de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Het gebruik van brandbare materialen neemt toe en ook installaties zoals warmtepompen en zonnepanelen brengen specifieke aandachtspunten met zich mee. De commissie benadrukt daarmee dat brandveiligheid niet los kan worden gezien van de energietransitie en materiaalinnovatie in vastgoed.

Normen mogen overheidsverantwoordelijkheid niet vervangen

Een belangrijk kritiekpunt is de sterke afhankelijkheid van NEN-normen bij het opstellen van bouwregelgeving. Zulke normen zijn nuttig, maar de ontwikkeling ervan kan lang duren. Bovendien worden NEN-commissies samengesteld uit partijen uit de sector, waaronder adviseurs, ingenieurs en fabrikanten.

De ATGB vindt dat het vaststellen van het veiligheidsniveau primair een overheidstaak is. Brandveiligheid vraagt om publieke afwegingen, niet alleen om technische normontwikkeling. Dit betekent dat voldoen aan normen belangrijk blijft, maar niet altijd voldoende is om toekomstige risico’s en maatschappelijke verwachtingen af te dekken.

De kern van het ATGB-advies is dat brandveiligheid niet reactief moet worden geregeld na incidenten, maar structureel moet meebewegen met innovatie, materiaalgebruik en uitvoering in de bouwpraktijk.

Kennis over brandveiligheid moet dieper de bouwketen in

De commissie is ook kritisch op het kennisniveau over brandveiligheid in Nederland. De kennis is volgens de ATGB te versnipperd en bevindt zich vooral in de ontwerpfase. Adviseurs kunnen regels vaak goed vertalen naar een ontwerp op papier, maar juist in de uitvoering ontstaan risico’s wanneer aannemers, onderaannemers en toezichthouders onvoldoende brandveiligheidskennis hebben.

Daarom pleit de commissie voor structurele stimulering van onderwijs, onderzoek en kennisborging. Brandveiligheid zou niet alleen een onderwerp moeten zijn voor technische universiteiten, maar ook voor mbo- en hbo-opleidingen. Dat is relevant omdat fouten in de vertaalslag van ontwerp naar uitvoering grote gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid van bewoners en gebruikers.

Certificaten van bouwmaterialen vragen om meer transparantie

Een ander aandachtspunt is de informatie op certificaten van bouwmaterialen. De ATGB ziet zwakke plekken in het certificeringssysteem, onder meer doordat prestatieverklaringen niet altijd duidelijk maken binnen welk toepassingsgebied een materiaal veilig kan worden gebruikt. Dat is vooral belangrijk bij gevelsystemen, waar kleine wijzigingen in opbouw of toepassing grote invloed kunnen hebben op het brandgedrag.

Voor ontwikkelaars, gebouweigenaren en bouwteams betekent dit dat zij niet alleen naar productcertificaten moeten kijken, maar ook naar de onderbouwing van testen en de exacte toepassing in het gebouw. De prestatie van een materiaal in een laboratoriumopstelling zegt niet automatisch genoeg over het gedrag van een compleet gevelsysteem in de praktijk.

Vooruitblik: van incidentgedreven naar toekomstbestendig toezicht

De ATGB adviseert om een onafhankelijk adviesorgaan op te richten dat kabinet en parlement kan adviseren over bouwregelgeving. Zo’n orgaan moet ontwikkelingen in brandveiligheid, techniek en bouwpraktijk voortdurend volgen. Daarmee kan regelgeving sneller worden aangepast en hoeft beleid minder afhankelijk te zijn van grote incidenten.

Voor de vastgoedsector is de boodschap helder: brandveiligheid wordt een steeds strategischer onderdeel van ontwikkelen, bouwen en beheren. Toekomstbestendige vastgoedkwaliteit vraagt om actuele kennis, transparante materiaalinformatie en een bouwproces waarin brandveiligheid niet stopt bij het ontwerp, maar wordt geborgd tot en met uitvoering en gebruik.

Bron: cobouw.nl