Looninhouding voor huisvesting stopt mogelijk in 2028

11 september 2026 Leestijd: 3 minuten

Werkgevers mogen vanaf 1 juli 2028 mogelijk geen deel van het loon meer inhouden om huisvesting voor werknemers te betalen. Het kabinet wil daarmee vooral de afhankelijkheid van arbeidsmigranten van hun werkgever verkleinen. Tegelijk raakt het voorstel direct aan de markt voor shortstay en tijdelijke huisvesting.

1 juli 2028

Beoogde datum waarop de looninhouding voor huisvesting moet stoppen.

25%

Maximaal deel van het minimumloon dat nu voor huisvesting mag worden ingehouden.

30 dagen

Beoogde maximale duur voor shortstay onder de Wet passende huurcontracten.

Koppeling tussen werk en wonen onder druk

Huisvesting van arbeidsmigranten en tijdelijke verhuurDe huidige regeling maakt het mogelijk om maximaal 25% van het minimumloon in te houden voor huisvesting. In de praktijk wordt deze constructie vooral gebruikt bij arbeidsmigranten. Daardoor kunnen werk, inkomen en wonen sterk met elkaar verweven raken, terwijl juist die afhankelijkheid al langer onderwerp van politieke kritiek is.

Voor huisvesters betekent een verbod dat de betaling voor woonruimte losser van de arbeidsrelatie komt te staan. Dat kan gevolgen hebben voor contractvormen, huurinning en de manier waarop tijdelijke huisvesting wordt georganiseerd.

Afschaffing gekoppeld aan nieuwe huurwet

Minister Hans Vijlbrief wil de inhoudingsregeling laten verdwijnen zodra de Wet passende huurcontracten ingaat. Die wet moet shortstay beperken tot maximaal dertig dagen. Tijdelijke verhuur die feitelijk langer duurt, zou daardoor eerder onder reguliere huurbescherming moeten vallen.

Dat is vooral relevant bij huisvesting van arbeidsmigranten en studenten. In de praktijk komt dit neer op minder ruimte om langdurige bewoning onder een kort verblijfscontract te laten vallen. Voor exploitatiemodellen die sterk leunen op shortstay kan dat de contractuele en operationele speelruimte verkleinen.

De combinatie van een verbod op looninhouding en strengere regels voor shortstay kan de scheiding tussen werkgever, verhuurder en huurder vergroten. Dat verandert vooral de manier waarop tijdelijke huisvesting juridisch en financieel wordt ingericht.

Definitieve regels zijn nog onzeker

De politieke koers rond de regeling is de afgelopen jaren meerdere keren gewijzigd. Een eerdere afbouw tussen 2026 en 2030 ging uiteindelijk niet door. Het huidige voorstel sluit aan bij een oproep van een Kamermeerderheid om de afschaffing te koppelen aan nieuwe huurbescherming.

Ook nu staat de uitkomst nog niet vast. De Wet passende huurcontracten is nog in voorbereiding en moet nog door het parlement. Daarmee blijven zowel de ingangsdatum als de precieze gevolgen voor werkgevers, huisvesters en verhuurconstructies afhankelijk van verdere politieke besluitvorming.

Meer weten over de juridische regels rond verhuur, huurbescherming en woonruimte? Bekijk dan de Cursus Huurrecht Woonruimte.

Bron: fd.nl