Het aantal huurwoningen in studentensteden loopt verder terug doordat beleggers blijven uitponden. Vooral kleinere particuliere verhuurders verkopen relatief veel woningen. Voor studenten verslechtert daarmee het toch al krappe aanbod, terwijl woonminister Elanor Boekholt O’Sullivan gemeenten oproept pragmatischer om te gaan met kamerverhuur.
2.100
meer woningen verkocht dan aangekocht door investeerders in studentensteden
21.000+
geschat tekort aan studentenkamers begin dit jaar
6.450
netto verkochte beleggerswoningen aan eigenaar-bewoners in het tweede kwartaal
Particuliere huurvoorraad krimpt snel
Investeerders verkochten in het tweede kwartaal per saldo 2.100 woningen meer aan eigenaar-bewoners dan zij aankochten in universiteitssteden. Vooral kleinere particuliere verhuurders bouwden hun bezit af. Hun aandeel daalde van 6,1 procent eind juni 2025 naar 5,5 procent dit jaar.
Hogere vermogensbelasting, strengere huurregulering en de gestegen rente drukken al langer op het rendement van particuliere verhuur. Daardoor zijn de afgelopen jaren tienduizenden huurwoningen verkocht. In studentensteden heeft dat extra impact, omdat ongeveer de helft van de uitwonende studenten afhankelijk is van particuliere verhuurders.
Kamertekort kan fors verder oplopen
Kenniscentrum Kences schatte het tekort aan studentenkamers begin dit jaar op ruim 21.000. Voor 2033 wordt gerekend op minimaal 26.000 en maximaal 63.000 ontbrekende kamers. Nieuwbouw door grotere investeerders en sociale studentenhuisvesters vangt een deel van het verlies op, maar niet voldoende om het verdwijnen van bestaande studentenhuizen volledig te compenseren.
De schaarste heeft bovendien gevolgen voor het gedrag van studenten. Volgens Kences zien sommigen al bij voorbaat af van uit huis gaan omdat de zoektocht naar woonruimte als kansloos wordt ervaren. Tegelijk vergroot de krapte de kwetsbaarheid voor illegale verhuur, slechte woonomstandigheden en frauduleuze advertenties.
De uitponding van particuliere huurwoningen raakt studentensteden extra hard, omdat één verkochte woning soms woonruimte voor meerdere studenten uit de markt haalt.
Minister wil pragmatischer kamerverhuur
Woonminister Elanor Boekholt O’Sullivan roept gemeenten daarom op soepeler om te gaan met bestaande studentenhuizen. Aanleiding is onder meer een situatie in Groningen waarbij studenten hun woning dreigden te verliezen vanwege onvergunde kamerverhuur. Aangescherpte regels moeten misbruik van zogenoemde friendscontracten voorkomen, maar kunnen ook bestaande woonvormen raken.
Volgens de minister hoeft strengere regelgeving niet automatisch te leiden tot het verdwijnen van studentenhuizen. Wanneer geen overlast ontstaat, zouden gemeenten vaker achteraf vergunningen kunnen verlenen. Landelijk beleid komt er niet; de minister wijst erop dat verschillende gemeenten hun regels voor woningdelen, splitsen en kamerverhuur al versoepelen.
Uitpondgolf is nog niet voorbij
Ook buiten studentensteden blijft de particuliere huursector krimpen. In april, mei en juni verkochten beleggers per saldo 6.450 woningen meer aan eigenaar-bewoners dan zij aankochten. De uitpondgolf ligt volgens het Kadaster wel voorbij de piek, maar blijft omvangrijk.
Particuliere en institutionele beleggers bezitten samen nog 745.400 woningen, goed voor circa 8,9 procent van de totale woningvoorraad. In 2023 was dat 9,4 procent. Voor studentenhuisvesting betekent die ontwikkeling dat nieuwbouw, behoud van bestaande kamers en praktisch uitvoerbare regels voor woningdelen steeds sterker met elkaar moeten worden verbonden.
Bron: fd.nl