Natuurherstelwet zorgt voor onrust in de bouw

24 augustus 2026 Leestijd: 3 minuten

Bouwend Nederland en NEPROM maken zich zorgen over de Nederlandse uitwerking van de Europese Natuurherstelverordening. Vooral de timing schuurt: de Omgevingswet wordt aangepast terwijl het nationale Natuurplan, waarin de concrete maatregelen komen te staan, nog niet definitief is. Voor bouw- en gebiedsontwikkelingen ontstaat daardoor onzekerheid over toekomstige beperkingen, kosten en locatiekeuzes.

30%

Minimaal Europees natuurherstel dat voor 2030 wordt nagestreefd.

20%

Aandeel van het landoppervlak dat Natura 2000 en het NNN samen beslaan.

80.000 ha

Nieuwe natuur die provincies sinds 2011 binnen het NNN moeten realiseren.

Wetgeving loopt vooruit op het natuurplan

Natuurherstelwet en gevolgen voor bouwprojectenDe Europese Natuurherstelverordening verplicht lidstaten om ecosystemen niet alleen tegen achteruitgang te beschermen, maar ook actief te herstellen. Nederland moet daarvoor in 2027 een definitief Natuurplan aanleveren. Toch wordt de Omgevingswet nu al aangepast om uitvoering van de Europese regels mogelijk te maken.

Volgens Bouwend Nederland en NEPROM is nog onvoldoende duidelijk welke gebieden en activiteiten straks aanvullende regels nodig hebben. Beide organisaties wijzen erop dat overheden binnen de huidige Omgevingswet al over meerdere instrumenten beschikken om ruimtelijke ontwikkelingen te sturen en natuur te beschermen.

Natuurnetwerk vergroot het speelveld

Een belangrijke verandering is dat naast Natura 2000 ook het Natuurnetwerk Nederland een grotere rol krijgt. Natura 2000 besloeg in 2024 ongeveer 9 procent van het Nederlandse landoppervlak. Samen met het NNN gaat het om circa 20 procent. Bovendien kan regelgeving mogelijk ook activiteiten buiten deze gebieden raken wanneer zij invloed hebben op het natuurherstel binnen het netwerk.

Juist over die zogenoemde natuurherstelverordeningsactiviteit bestaat nog veel onduidelijkheid. Niet vaststaat welke projecten hieronder vallen of welke beperkingen daarbij kunnen gelden. Voor ontwikkelaars maakt dat het lastiger om risico’s, doorlooptijden en toekomstige ontwikkelmogelijkheden vooraf betrouwbaar in te schatten.

De kern van de kritiek is niet het doel van natuurherstel, maar het risico dat projecten al met nieuwe juridische kaders worden geconfronteerd voordat duidelijk is welke concrete eisen daarbij horen.

Kosten en ruimte kunnen onder druk komen

NEPROM waarschuwt daarbij voor een situatie vergelijkbaar met eerdere problemen rond stikstof en waterkwaliteit, waarbij projecteisen pas laat duidelijk werden. Voor woningbouw en gebiedsontwikkeling kunnen de toekomstige maatregelen onder meer gevolgen hebben voor locatiekeuze en verplichte stedelijke groene ruimte.

Dat hoeft niet uitsluitend een beperking te zijn. Nieuwe gebiedsontwikkelingen kunnen volgens NEPROM ook bijdragen aan natuurherstel. Tegelijk kan extra ruimte voor groen betekenen dat minder grond bebouwbaar is en de inrichtingskosten oplopen. Daarmee wordt natuurherstel ook een financieel en programmatisch onderdeel van de ontwikkelstrategie.

Meer natuur vraagt eerdere afwegingen

Het NNN blijft bovendien groeien. Provincies werken sinds 2011 aan minimaal 80.000 hectare nieuwe natuur; in 2024 was daarvan circa 50.000 hectare gerealiseerd. Volgens het Compendium van de Leefomgeving wordt bij het huidige tempo het volledige doel rond 2036 bereikt.

Voor ontwikkelaars betekent dit dat natuur steeds eerder in haalbaarheidsstudies, grondposities en gebiedsvisies moet worden meegenomen. Zolang de concrete Nederlandse uitwerking nog niet vaststaat, blijft vooral de juridische voorspelbaarheid een belangrijk aandachtspunt bij nieuwe investeringsbeslissingen.

Bron: cobouw.nl