Woningcorporaties kunnen hun bouwproductie verder verhogen, maar hebben daarvoor stabiele financiële voorwaarden en meer ruimte voor lokaal maatwerk nodig. Havensteder-bestuurder Hedy van den Berk waarschuwt dat stijgende onderhoudskosten, belastingen en dichtgetimmerde regels de investeringsruimte steeds verder beperken.
21.500
Nieuwe corporatiewoningen toegevoegd in het afgelopen jaar
30.000
Beoogde jaarlijkse nieuwbouwproductie vanaf 2029
€700 mln
Gezamenlijk betaalde vennootschapsbelasting
Bouwproductie loopt langzaam op
Nederlandse woningcorporaties voegden vorig jaar gezamenlijk 21.500 woningen toe, 2.000 meer dan een jaar eerder. Daarmee komt het doel uit de Nationale Prestatieafspraken dichterbij, al blijft een forse versnelling nodig om vanaf 2029 jaarlijks 30.000 woningen te realiseren.
Volgens Van den Berk laat de productie zien dat corporaties ondanks beperkte middelen kunnen leveren. Het bouwtempo hangt echter niet alleen af van de corporaties zelf. Beschikbare locaties, samenwerking met gemeenten en andere marktpartijen en voldoende investeringscapaciteit bepalen mede welke projecten daadwerkelijk uitvoerbaar zijn.
Onderhoud verdringt investeringsruimte
Tegelijkertijd veroudert de bestaande woningvoorraad. Hierdoor lopen de uitgaven voor onderhoud en verduurzaming op, terwijl ook een omvangrijke nieuwbouwopgave moet worden gefinancierd. Havensteder krijgt van de Autoriteit Woningcorporaties een A-beoordeling voor kostenbeheersing, maar ziet die positie onder druk komen.
Van den Berk noemt vooral de vennootschapsbelasting een onlogische last voor non-profitcorporaties. De sector betaalde hier gezamenlijk circa €700 miljoen aan. Volgens Aedes kan dit bedrag in 2029 oplopen tot €1,5 miljard. In de praktijk betekent iedere extra belastinglast minder ruimte voor renovatie, verduurzaming en nieuwbouw.
De corporatieopgave wordt niet alleen begrensd door bouwcapaciteit, maar steeds nadrukkelijker door de verdeling van geld tussen belastingen, onderhoud, verduurzaming en nieuwbouw.
Meer verantwoordelijkheid in de wijk
Corporaties krijgen daarnaast te maken met bredere maatschappelijke problemen. In Rotterdam vragen woningexplosies, onveiligheid en afnemende samenhang in buurten om samenwerking met gemeenten en politie. Van den Berk kiest daarom voor een brede rol waarin corporaties niet alleen woningen beheren, maar ook signalen uit wijken helpen opvangen.
Daar staat tegenover dat corporaties niet ieder maatschappelijk probleem kunnen oplossen. Vooral bij de verdeling van schaarse woningen ervaart Havensteder weinig ruimte. Een sterk gereguleerd systeem kan volgens Van den Berk voorkomen dat lokaal wordt ingespeeld op de samenstelling en behoeften van een buurt.
Schaalvergroting is geen wondermiddel
Het samenvoegen van de 242 woningcorporaties tot enkele grote regionale organisaties ziet Van den Berk niet als oplossing. Grotere afstand tot bewoners kan het maatwerk en de lokale kennis juist verzwakken. Bovendien behoren grote corporaties volgens haar niet automatisch tot de financieel sterkste organisaties.
Voor de vastgoedpraktijk ligt de kern daarom in een werkbare balans: voldoende schaal om professioneel te investeren en beheren, maar genoeg lokale beslisruimte om buurten passend te bedienen. Zonder stabiele financiële condities blijft die balans kwetsbaar.
Bron: fd.nl