Woningen van hout, stro, klei en rietvezels kunnen minder energie vragen bij de productie, CO2 opslaan en het binnenklimaat beter reguleren dan traditionele bouwmaterialen. Ondernemer Klaske Postma wil deze voordelen vanaf 2027 toepassen in tien woningen. De stap van experiment naar bouwproduct maakt certificering, productiecapaciteit en financiering echter doorslaggevend.
10 woningen
Beoogde toepassing van biobased materialen vanaf 2027.
1 × 2 meter
Formaat van de ontwikkelde platen van lokale rietvezels.
€500.000
Beoogde omzet in 2027 dankzij de eerste woningbouwprojecten.
Lokale vezels worden bouwmateriaal
Postma begon in 2020 met het verwerken van riet uit de Nieuwkoopse Plassen. Na experimenten met onder meer gras, lisdodde en kerstboomnaalden bleken rietvezels het meest geschikt voor platen. Met biologische lijm en een industriële pers worden inmiddels elementen van één bij twee meter geproduceerd.
De grondstof komt uit de regio en hoeft niet als reststroom te worden verbrand. Hierdoor ontstaat een bouwproduct met een lagere energiebehoefte tijdens de productie en een positieve bijdrage aan CO2-opslag. Voor vastgoedprojecten kan dit de materiaalgebonden milieu-impact verlagen en de afhankelijkheid van geïmporteerde grondstoffen beperken.
Binnenklimaat wordt onderdeel van de businesscase
Natuurlijke materialen kunnen warmte en vocht anders reguleren dan baksteen, beton en staal. Volgens Postma voelen bewoners zich hierdoor prettiger en blijft de temperatuur beter beheersbaar. Met warmere zomers kan dat bijdragen aan minder oververhitting en een lagere behoefte aan actieve koeling.
Voor ontwikkelaars en eigenaren gaat het daarmee niet alleen om duurzaamheid, maar ook om comfort, energiegebruik en toekomstige verhuurbaarheid. De meerwaarde ontstaat vooral wanneer materiaalkeuze aantoonbaar leidt tot een stabiel binnenklimaat, lagere gebruikslasten en een betere milieuprestatie van het gebouw.
Biobased bouwen wordt pas schaalbaar wanneer comfort en milieuwinst samengaan met gecertificeerde prestaties, voorspelbare levering en concurrerende bouwkosten.
Certificering bepaalt markttoegang
Vanaf 2027 wil VanHier samen met lokale aannemers tien woningen realiseren in Loosdrecht en Wehl. Voorwaarde is dat de rietvezelplaten tijdig worden gecertificeerd. Zonder gevalideerde prestaties op onder meer sterkte, brandveiligheid en toepasbaarheid blijft gebruik in reguliere woningbouw beperkt.
Eerdere opdrachten voor de Floriade, overheden en kantoorinrichters tonen aan dat er vraag bestaat naar producten uit natuurlijke reststromen. Woningbouw stelt echter hogere eisen aan kwaliteit, aansprakelijkheid en continuïteit. Certificering vormt daarom de overgang van een innovatief interieurproduct naar een volwaardig bouwmateriaal.
Opschaling vraagt kapitaal en afzetzekerheid
De productie groeide stapsgewijs met subsidies en projectopdrachten, maar verdere automatisering vraagt nieuw investeringskapitaal. VanHier mikt dit jaar op €150.000 omzet en in 2027 op €500.000. Op langere termijn moeten compacte fabrieken verspreid over Nederland de vezelplaten onder licentie produceren.
Voor de vastgoedpraktijk ligt de belangrijkste opgave in schaalbaarheid. Lokale productie kan transportafstanden en leveringsrisico’s verkleinen, maar vraagt wel om voldoende bouwvolume en langdurige afnameafspraken. Pas bij een voorspelbare keten kunnen biobased materialen structureel concurreren met beton, staal en gipsplaat.
Bron: fd.nl