Circulariteit moet uit de pilotfase

4 juni 2026 Leestijd: 4 minuten

De bouwsector experimenteert volop met hergebruik van materialen, maar circulariteit is nog geen dagelijkse praktijk. Volgens hoogleraar Ernst Worrell is vooral structureel beleid nodig om circulair bouwen op te schalen, omdat de huidige bouwopgave botst met schaarse grondstoffen, hoge CO2-uitstoot en businessmodellen die nieuw materiaal nog te vaak goedkoper maken dan hergebruik.

1.442 ton

CO2-besparing bij de circulaire ontmanteling en herontwikkeling van een universiteitsgebouw in Utrecht.

4,5 mrd ton

cement wordt wereldwijd jaarlijks geproduceerd, met een grote klimaatimpact.

8%

van de Nederlandse kantoorvoorraad stond op 1 januari 2025 leeg.

Hergebruik blijft te vaak uitzondering

Circulair bouwen en hergebruik van materialen in de bouwsectorBij de herontwikkeling van het voormalige Aardwetenschappengebouw op de Utrechtse universiteitscampus wordt 1.442 ton CO2 bespaard door circulair te ontmantelen en materialen opnieuw te benutten. Zulke projecten laten zien wat mogelijk is, maar volgens hoogleraar Ernst Worrell blijven het nog te vaak losse initiatieven.

Voor de praktijk betekent dit dat circulair bouwen niet alleen vraagt om goede intenties, maar om vaste processen voor demontage, opslag, ontwerp, aanbesteding en toepassing. Zolang hergebruik per project opnieuw moet worden uitgevonden, blijft opschaling kwetsbaar.

Bouwopgave botst met materiaaldruk

De bouwsector gebruikt veel energie-intensieve materialen zoals staal, cement, glas en aluminium. De productie van deze materialen vraagt veel energie en veroorzaakt hoge CO2-emissies, terwijl juist deze materialen de basis vormen van veel traditionele bouwmethoden.

Hierdoor ontstaat een dubbele druk: de bouwproductie moet omhoog om het woningtekort te verkleinen, terwijl de milieubelasting tegelijk fors omlaag moet. De kernvraag wordt daarmee niet alleen hoeveel er gebouwd wordt, maar vooral hoe slim bestaande gebouwen, casco’s en materialen opnieuw worden ingezet.

Bestaand vastgoed wordt grondstoffenbank

Volgens Worrell ligt een belangrijk deel van de oplossing in het beter benutten van wat er al staat. Leegstaande kantoren, optoppen van bestaande gebouwen en het splitsen van grote woningen kunnen de bouwopgave deels invullen zonder volledig nieuwe constructies op te trekken.

Het casco bevat doorgaans het grootste deel van het staal en cement in een gebouw. Als dat casco behouden blijft, daalt de vraag naar nieuwe materialen en neemt de CO2-impact van een project direct af.

Circulair bouwen begint niet bij een bijzonder materiaal, maar bij de vraag of sloop en nieuwbouw wel de meest logische oplossing zijn.

Businesscase moet mee veranderen

Een belangrijke rem op circulariteit is dat circulaire businessmodellen vaak nog moeilijk concurreren met nieuw geproduceerde materialen. Hergebruik vraagt om oogsten, sorteren, keuren, opslaan, aanbieden en opnieuw toepassen, terwijl nieuw materiaal vaak goedkoop en direct beschikbaar is.

Dit vertaalt zich in extra risico’s voor marktpartijen die vooruit willen lopen. Zonder stabiele vraag en duidelijke prijsprikkels kunnen circulaire ketens ontstaan, maar ook weer verdwijnen voordat ze volwassen worden.

Overheid kan de standaard verleggen

Worrell ziet een belangrijke rol voor de overheid om circulariteit systematisch te ondersteunen. CO2-beprijzing kan nieuw geproduceerde materialen duurder maken doordat milieukosten worden meegenomen in de kostprijs, waardoor gerecyclede en hergebruikte materialen aantrekkelijker worden.

Ook zogenoemde R-strategieën kunnen sterker worden verankerd in bestekken en prestatie-eisen. Deze strategieën rangschikken manieren om producten en grondstoffen zo lang mogelijk waardevol te houden, zoals verminderen, hergebruiken, repareren en recyclen.

Van pilot naar normale werkwijze

De bouw kent inmiddels genoeg voorbeelden van circulaire pilots, maar de volgende stap is institutionalisering. Dat betekent dat circulariteit niet langer afhankelijk is van een enthousiaste opdrachtgever of innovatief projectteam, maar standaard onderdeel wordt van beleid, ontwerp, aanbesteding en uitvoering.

Voor ontwikkelaars, opdrachtgevers en adviseurs wordt materiaalstrategie daarmee een vast onderdeel van risicosturing. Wie nu leert rekenen met hergebruik, losmaakbaarheid, CO2-impact en beschikbaarheid van materialen, bouwt niet alleen duurzamer maar ook minder afhankelijk van volatiele grondstoffenmarkten.

Bron: cobouw.nl