Netcongestie en datacenters: wie krijgt stroom?
26 februari 2026
Netcongestie remt woningbouw en vastgoedontwikkeling
Het elektriciteitsnet piept en kraakt. In delen van Flevoland, Gelderland en Utrecht dreigen nieuwbouwwoningen geen aansluiting meer te krijgen. Netbeheerder Tennet waarschuwde recent zelfs voor een mogelijke aansluitstop voor kleinverbruikers, waaronder consumenten, het mkb en ontwikkelaars van woningbouwprojecten.
Voor de vastgoedsector is dat meer dan een technisch probleem. Zonder netaansluiting geen oplevering, geen overdracht en geen exploitatie. Netcongestie raakt daarmee direct de haalbaarheid en planning van woningbouw en gebiedsontwikkeling.
Datacenters en stroomverbruik op het elektriciteitsnet
Tegelijkertijd verrijzen op verschillende plekken nieuwe datacenters. Dat roept vragen op. Hoe kan het dat woningen moeten wachten op capaciteit, terwijl stroomintensieve datacenters wel worden aangesloten?
Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek gebruikten datacenters in 2024 circa 5.100 GWh elektriciteit. Dat is vergelijkbaar met het verbruik van ongeveer twee miljoen huishoudens en goed voor 4,6 procent van het totale Nederlandse elektriciteitsverbruik. Ten opzichte van 2021 steeg hun stroomafname met 37 procent.
De opkomst van kunstmatige intelligentie en verdere digitalisering van de economie jagen de vraag verder aan. Datacenters vragen bovendien veel vermogen op één specifieke locatie, wat het elektriciteitsnet lokaal extra zwaar belast.
Waarom Nederland aantrekkelijk is voor datacenters
Nederland, en met name de regio Amsterdam, geldt al jaren als aantrekkelijke vestigingsplaats. Goede internationale internetverbindingen, technologische kennis en een relatief stabiel klimaat zonder extreme natuurrisico’s spelen daarbij een rol. Daarnaast was er beleidsmatig lange tijd ruimte om digitale infrastructuur te faciliteren, mede vanuit economische en werkgelegenheidsoverwegingen.
Inmiddels is het sentiment gekanteld. Sinds 2022 geldt een landelijk verbod op nieuwe hyperscale-datacenters. Toch zijn projecten die eerder zijn vergund of aangevraagd nog steeds in ontwikkeling. Dat verklaart waarom er ondanks het aangescherpte beleid nog nieuwe datatorens verschijnen.
Prioritering op het stroomnet bepaalt wie voorrang krijgt
De Autoriteit Consument & Markt heeft een prioriteringskader opgesteld om te bepalen wie voorrang krijgt bij schaarse netcapaciteit. In gebieden met netcongestie wordt vrijgekomen capaciteit eerst toegewezen aan partijen bovenaan deze lijst, zoals woningbouwprojecten en vitale voorzieningen als ziekenhuizen.
Tennet sluit in Nederland grootverbruikers aan, waaronder grote datacenters en industriële partijen. Regionale netbeheerders verzorgen de aansluiting van middelgrote en kleinverbruikers, zoals supermarkten, zorginstellingen en woningen. Nieuwe aanvragen worden in congestiegebieden getoetst aan het prioriteringskader.
Datacenters staan niet standaard bovenaan de lijst. Uitzonderingen zijn mogelijk wanneer een datacenter bijvoorbeeld een directe functie vervult voor een ziekenhuis. Projecten die nu in aanbouw zijn, beschikken vaak al jaren over een toegezegde aansluiting. Zij zijn gestart met bouwen op basis van die eerdere toezegging, die niet zomaar kan worden ingetrokken.
Ruimtelijke ordening en keuzes in gebiedsontwikkeling
Naast netcapaciteit speelt ook de ruimtelijke afweging een rol. Gemeenten kunnen zich uitspreken over de vraag of een datacenter qua schaal, functie en landschappelijke inpassing past binnen hun gebiedsvisie. Daarmee verschuift de discussie van puur techniek naar bredere keuzes in ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling.
De spanning tussen woningbouw, economische ontwikkeling en digitale infrastructuur legt een fundamentele vraag bloot: hoe verdelen we schaarse ruimte en energie in een land waar de druk op beide structureel toeneemt? Voor iedereen die betrokken is bij vastgoedontwikkeling en investeringsbeslissingen is netcongestie daarmee geen randvoorwaarde meer, maar een strategische factor.
Bron: nrc.nl