Prefab woningbouw groeit naar 21% marktaandeel

16 februari 2026

Fabriekswoningen winnen terrein in de nieuwbouw

De fabriekswoning is bezig aan een stille opmars. In 2025 werden 14.700 woningen industrieel geproduceerd, een groei van 8 procent ten opzichte van een jaar eerder. Daarmee is inmiddels ruim één op de vijf nieuwbouwwoningen prefab. Het marktaandeel komt uit op 21 procent.

Dat blijkt uit onderzoek van adviesbureau Roland Berger onder 43 woningproducenten. De verwachtingen voor dit jaar zijn opnieuw positief. Producenten rekenen op een verdere groei van circa 10 procent. Als deze trend zich doorzet, kan in 2030 tussen de 30 en 40 procent van de nieuwbouwwoningen deels uit de fabriek komen. Dat blijft nog onder de ambitie van het Rijk om de helft van de woningbouw in 2030 industrieel te realiseren, maar de richting is duidelijk.

Productiecapaciteit prefab nog lang niet volledig benut

Opvallend is dat de productiecapaciteit van woningfabrieken gemiddeld slechts voor 45 procent wordt benut. Er is dus ruimte om op te schalen, terwijl de woningbouwopgave onverminderd groot blijft.

Volgens de producenten zijn prefabwoningen in 73 procent van de gevallen goedkoper dan vergelijkbare traditioneel gebouwde woningen. Een kleinere groep geeft aan dat de kosten vergelijkbaar zijn, terwijl een beperkt deel duurder uitvalt. De combinatie van snelheid, voorspelbaarheid en lagere faalkosten lijkt daarmee steeds vaker financieel aantrekkelijk.

Appartementen domineren de industriële woningbouw

Waar prefab ooit vooral werd geassocieerd met grondgebonden woningen, verschuift de focus zichtbaar naar appartementen. In 2025 bestond twee derde van de geproduceerde fabriekswoningen uit appartementen, tegenover 61 procent een jaar eerder.

Die ontwikkeling sluit aan bij de verstedelijkingsopgave en de behoefte aan betaalbare woningen in binnenstedelijke gebieden. Industrieel bouwen biedt hier voordelen in planning en logistiek, zeker bij complexe binnenstedelijke projecten waar bouwtijd en overlast onder druk staan.

De markt blijft echter geconcentreerd. De twintig grootste producenten namen samen 83 procent van de prefabproductie voor hun rekening. De vijf grootste spelers zijn Daiwa, Plegt-Vos, Barli, Van Wijnen (Fijn Wonen) en Ursem (Heddes). Daarmee is industriële woningbouw voorlopig nog het domein van een beperkte groep gespecialiseerde partijen.

Woningcorporaties en ontwikkelaars omarmen prefab

De markt voor fabriekswoningen professionaliseert verder. Inmiddels wordt 64 procent van de woningen opgeleverd met een permanente bouwvergunning. Prefab is daarmee allang niet meer uitsluitend een tijdelijke of flexibele oplossing.

Woningcorporaties zijn met 54 procent van de afname nog altijd de grootste opdrachtgever. Tegelijkertijd groeit het aandeel van ontwikkelaars en andere marktpartijen. De bredere acceptatie wijst op toenemend vertrouwen in kwaliteit, levensduur en waardeontwikkeling van industriële woningen.

Biobased bouwen en duurzaamheid in prefab woningbouw

Duurzaamheid speelt een steeds grotere rol binnen de prefabsector. Producenten geven aan dat 30 procent van de woningen inmiddels (deels) wordt gerealiseerd met biobased materialen. De ambitie is fors: in 2030 zou 70 procent van de woningen biobased componenten moeten bevatten.

Die ontwikkeling sluit aan bij de bredere transitie naar circulair en CO2-arm bouwen. Industrieel bouwen maakt het eenvoudiger om materiaalstromen te standaardiseren, verspilling te beperken en prestaties beter te monitoren. Daarmee kan prefab een belangrijke rol spelen in het terugdringen van de milieu-impact van de woningbouw.

Bewonerstevredenheid en waardering van fabriekswoningen

Ook bewoners blijken positief. Uit eerder onderzoek van Platform 31 en het Expertisecentrum Flexwonen in opdracht van het ministerie van VRO blijkt dat ruim 80 procent (zeer) tevreden is over de woning. De gemiddelde waardering komt uit op een 7,4, vergelijkbaar met traditioneel gebouwde woningen.

Bewoners noemen het woonoppervlak, de lage energielasten en de uitstraling als belangrijke pluspunten. Opmerkelijk is dat veel bewoners niet eens merken dat hun woning industrieel is geproduceerd. De fabriek verdwijnt daarmee steeds meer naar de achtergrond, terwijl de impact op snelheid, kosten en duurzaamheid juist zichtbaar groter wordt.

Bron: cobouw.nl