Nieuwe coalitie zet woningbouw voort op oude koers

4 februari 2026

Beleid grotendeels voortgezet, met liberale accenten

Miljoeneninjectie van de overheid moet de woningbouw in Nederland op gang houdenDe plannen van de nieuwe coalitie op het gebied van woningbouw sluiten nauw aan op de koers van de eerdere woonministers Hugo de Jonge en Mona Keijzer. Wat vooral opvalt, is wat er níet verandert. Zo blijft de hypotheekrenteaftrek onaangetast, ondanks eerdere pleidooien van D66 en CDA om dit fiscale voordeel geleidelijk af te bouwen.

Dat het punt volledig buiten schot blijft, is een overwinning voor de VVD, die zich hier tijdens de campagne hard voor maakte. Volgens het coalitieakkoord is de ongewijzigde behandeling van de eigen woning nodig om ‘de rust op de woningmarkt te bewaren’.

Overdrachtsbelasting voor beleggers omlaag

De coalitie zet ook in op aanpassingen van de overdrachtsbelasting voor beleggers. Vanaf 2027 moet dit tarief dalen naar 7%, na jaren van verhoging tot 10,4%. Die verhoging leidde tot protest onder vastgoedbeleggers en ontwikkelaars, die stelden dat de investeringsbereidheid – met name van buitenlandse partijen – erdoor werd ondermijnd.

Als tussentijdse maatregel is de overdrachtsbelasting sinds dit jaar al teruggebracht naar 8%. Met het plan om deze verder te verlagen, volgt het nieuwe kabinet in feite het pad dat onder Keijzer al werd ingezet.

Wet betaalbare huur mogelijk versoepeld

Hoewel de Wet betaalbare huur nog maar net is ingevoerd, overweegt de nieuwe coalitie versoepelingen. Hoe en wanneer dat precies gebeurt, is nog onduidelijk. Woningcorporaties krijgen wel meer investeringsruimte: hun vennootschapsbelasting wordt vanaf 2028 afgebouwd, oplopend tot €325 miljoen per jaar vanaf 2032.

Een volledige afschaffing – waar branchevereniging Aedes op hoopte – komt er echter niet. De voorgestelde belastingverlaging moet vooral bijdragen aan de bouw van meer sociale huurwoningen.

Twee derde betaalbaar, regels op de schop

Ook deze coalitie houdt vast aan het streven dat twee derde van de nieuwbouw betaalbaar moet zijn: 30% sociale huur en 25% betaalbare koop. Dat laatste element is nieuw en komt vooral uit de koker van de VVD. De percentages mogen per regio verschillen, wat ruimte biedt voor maatwerk.

Om dit mogelijk te maken, is tussen 2029 en 2035 jaarlijks €1 miljard beschikbaar. Dat is vergelijkbaar met het bedrag dat eerder voor de regeerperiode van Keijzer werd gereserveerd. De nadruk blijft liggen op het schrappen van regels en het versnellen van procedures.

Zo moet bezwaar maken tegen woningbouwprojecten nog maar één keer kunnen, en komt er meer ruimte voor het splitsen en optoppen van woningen – idealiter vergunningsvrij.

Kritiek op gebrek aan structurele investeringen

Hoewel er positieve geluiden klinken over de koerswijzigingen, heerst er ook scepsis. Beleggers en ontwikkelaars zijn tevreden met de verlaging van de overdrachtsbelasting en de mogelijk soepelere huurbescherming, maar missen een overtuigend financieel fundament onder de ambities.

De door het kabinet voorgestelde jaarlijkse investering van €1 miljard is volgens brancheorganisatie Neprom niet toereikend. Eerdere ramingen wezen uit dat er minstens €3 tot €5 miljard per jaar nodig is om het doel van 100.000 woningen per jaar echt haalbaar te maken.

Bron: fd.nl