Nieuwe coalitie belooft bouwambitie, maar investeert nauwelijks extra

4 februari 2026

Veel woorden, weinig middelen

Waarom we moeten blijven bouwen binnen de stadsgrenzenDe plannen van de nieuwe coalitie – met D66, VVD en CDA – klinken groots: jaarlijks 100.000 woningen erbij, minder regels en onorthodoxe keuzes. Maar wie goed kijkt, ziet vooral voortzetting van bestaand beleid. Nieuw elan blijft uit, terwijl woningmarktdeskundigen zich hardop afvragen hoe je zonder extra investeringen écht tempo kunt maken.

De coalitie blijft grotendeels leunen op bestaande subsidies zoals de woningbouwimpuls (Wbi) en realisatiestimulans. Daarnaast komt er geld beschikbaar voor infrastructuur rond nieuwe woonwijken. Alleen: de begrotingen worden niet verhoogd. In tegenstelling tot wat de verkiezingsprogramma’s beloofden, wordt het beschikbare bedrag simpelweg uitgesmeerd over een langere periode.

De rekensom klopt niet

Zo blijft het jaarlijkse budget van €1 miljard voor betaalbare woningbouw tot 2035 gehandhaafd, precies zoals onder het vorige kabinet. Maar waar de VVD in haar programma nog €11,7 miljard extra wilde uittrekken en D66 zelfs €17 miljard, komt daarvan in de plannen van het beoogde kabinet-Jetten weinig terug.

Voor infrastructuur geldt hetzelfde beeld. Waar eerder €2,5 miljard beschikbaar was voor de ontsluiting van nieuwe wijken, komt er nu €1,1 miljard – verspreid over vijf jaar en pas vanaf 2031. En dat bedrag is bovendien óók bedoeld voor onderhoud aan bestaande wegen en bruggen. Een dubbelfunctie die de slagkracht flink beperkt.

Corporaties lopen vast

Juist woningcorporaties, belangrijke spelers in de betaalbare woningbouw, zien de bui hangen. Zij waarschuwen samen met beleggers en ontwikkelaars voor een nijpend tekort aan financiële middelen. Volgens Johan Conijn, emeritus hoogleraar woningmarkt, is de aangekondigde korting op de vennootschapsbelasting van €325 miljoen per jaar vanaf 2032 bij lange na niet genoeg om de sector te ondersteunen.

Uit recente cijfers van het ministerie van Volkshuisvesting blijkt dat woningcorporaties een tekort van €19,4 miljard hebben op hun bouwplannen. Daardoor komen maar liefst 43.000 sociale huurwoningen op losse schroeven te staan. Conijn pleit dan ook voor het volledig schrappen van de winstbelasting voor corporaties.

Belemmeringen blijven groot

Volgens Rabobank-econoom Stefan Groot is het risico groot dat de beperkte subsidies vooral de grondprijzen verder opdrijven, zonder dat er echt meer gebouwd wordt. De oorzaak ligt deels bij het starre ruimtelijk beleid in Nederland: hogere huizenprijzen leiden niet automatisch tot extra aanbod.

En dan zijn er nog de hardnekkige knelpunten als stikstofproblematiek, netcongestie, personeelstekorten en de waterkwaliteit. Zonder duidelijke maatregelen op deze dossiers blijft het bij mooie woorden, stelt Groot. Wel is hij voorzichtig positief over de stikstofaanpak van deze coalitie – daar lijkt in elk geval enige beweging te zitten.

Betaalbaarheid als rekbaar begrip

Een ander heet hangijzer is het streven naar ‘twee derde betaalbaar’ bij nieuwe woningbouw, met 30% sociaal. In de wet is dit een harde eis, maar in het coalitieakkoord wordt het opeens een streven, en bovendien regio-afhankelijk. Daarmee verdwijnt volgens Conijn de juridische borging, en komt vooral de middenhuur onder druk te staan.

Juist die middenhuur is volgens ambtenaren van Volkshuisvesting de ‘smeerolie’ van de woningmarkt. Minder aanbod in dit segment frustreert niet alleen de doorstroming, maar ondermijnt ook het vertrouwen van investeerders in beleid uit Den Haag. Meer nadruk op betaalbare koopwoningen verergert dit probleem juist, waarschuwen zij.

Bron: fd.nl