Halvering kosten warmtepomp maakt verduurzaming haalbaar
26 januari 2026
Hogere duurzaamheid vraagt lagere kosten
De levensduurkosten van warmtepompen moeten gehalveerd worden, zo vinden branchepartijen, corporaties en het Rijk. Niet alleen om de klimaatdoelen te halen, maar ook om de energielasten voor huurders te verlagen. Door die kosten drastisch omlaag te brengen, wordt verduurzaming van tienduizenden sociale huurwoningen ineens een stuk realistischer.
De intentieverklaring die maandag is ondertekend door onder meer Aedes, het ministerie van Binnenlandse Zaken, Techniek Nederland en fabrikanten toont een gezamenlijke ambitie: samen zorgen voor een financieel haalbare energietransitie, zonder dat het verdienvermogen van betrokken marktpartijen in gevaar komt.
De rolverdeling tussen markt en overheid
In het plan hebben alle betrokkenen een duidelijke taak. Corporaties moeten zorgen voor stabiele vraag, de overheid moet de juiste randvoorwaarden scheppen en marktpartijen nemen de technische innovatie voor hun rekening. Volgens Mark Harbers van Techniek Nederland ligt er met deze samenwerking een route naar een aardgasvrije sociale woningvoorraad die écht uitvoerbaar is.
Van onderhoud naar innovatie
De grootste winst is te halen bij de onderhouds- en vervangingskosten. Aanschafkosten zijn vaak te financieren, maar het onderhoud drukt zwaar op de exploitatie. Door warmtepompen langer te laten meegaan – van 15 naar mogelijk 25 jaar – en slimmer om te gaan met onderhoud, kunnen de totale levensduurkosten flink omlaag.
Volgens Maarten Hommelberg van Team Duurzaam Installeren is het niet alleen wenselijk, maar ook haalbaar. Hij wijst op eerdere samenwerking tussen installateurs en fabrikanten, die al drie jaar bezig zijn met efficiëntieslagen. Die kennis is ondanks het verdwijnen van de warmtepompverplichting in 2026 nog steeds bruikbaar.
Langere levensduur vraagt garanties
Om onderhoud te reduceren, moeten fabrikanten garanderen dat hun warmtepompen daadwerkelijk langer meegaan. Niet iedereen is daar even ver mee. Digitale monitoring kan hierbij helpen. Via gestandaardiseerde systemen zoals de TDI500 kunnen installateurs op afstand de status van installaties uitlezen. Hierdoor is fysiek onderhoud minder vaak nodig en kan personeel efficiënter worden ingezet.
Vroegere omzet en slimme inzet van monteurs
Fabrikanten die nu nog relatief weinig verkopen in de corporatiesector, kunnen met dit plan juist eerder marktaandeel winnen. Dat betekent omzet naar voren halen, ondanks dat ze in de toekomst misschien minder installaties per woning hoeven te verkopen. Ook installateurs profiteren: in een tijd van personeelskrapte levert slimme inzet van vakmensen juist rendement op.
Wanneer deze innovaties grootschalig ingevoerd worden, is nog niet duidelijk. Wel staat vast dat snelheid geboden is. In 2034 moeten 450.000 corporatiewoningen van het gas af zijn. Wie daar pas drie maanden van tevoren mee begint, is hopeloos te laat.
Bron: cobouw.nl