Werkgevers willen werknemers meer op kantoor zien

14 augustus 2026 Leestijd: 3 minuten

Nederland is Europees koploper in thuiswerken. Meer dan de helft van de werknemers werkt soms of geregeld vanuit huis, ruim boven het EU-gemiddelde. Tegelijk willen werkgevers werknemers weer vaker op kantoor zien. Die spanning tussen flexibel werken en fysieke aanwezigheid maakt de toekomstige bezetting en functie van kantoren minder vanzelfsprekend.

Meer dan 50%

van de Nederlandse werknemers werkt weleens thuis

23%

is het gemiddelde aandeel thuiswerkers in de EU

Ruim 50%

van de financiële sector werkte in 2024 thuis

Thuiswerken blijft stevig verankerd

Kantoorvastgoed bij toenemend thuiswerkenTijdens de coronapandemie werd thuiswerken noodzaak, maar ook na het verdwijnen van de lockdowns bleef werken op afstand onderdeel van de werkweek. Het aandeel thuiswerkers is de afgelopen twee jaar zelfs weer iets toegenomen. Vooral werknemers die minder dan de helft van hun werktijd thuis doorbrengen, bepalen deze ontwikkeling.

In 2015 werkte 13% van de werknemers in de EU weleens thuis. In 2025 was dat aandeel opgelopen tot 23%. Nederland springt eruit als het enige EU-land waar meer dan de helft van de werknemers soms of geregeld vanuit huis werkt. De relatief grote dienstverlenende sector speelt daarbij een belangrijke rol.

Hybride werken is de Nederlandse norm

Nederlanders werken weliswaar vaak thuis, maar doen dat meestal niet het grootste deel van hun werkweek. Het aandeel werknemers dat minimaal de helft van de tijd thuiswerkt, is Europees gezien juist relatief laag. Finland voert op dat punt de ranglijst aan. In Nederland draait het thuiswerken daarmee vooral om een hybride verdeling tussen woning en kantoor.

Voor kantoren is niet alleen de hoeveelheid thuiswerk van belang, maar vooral hoe werknemers hun aanwezigheid over de werkweek verdelen. Een hybride patroon kan leiden tot sterk wisselende bezetting en daarmee tot andere eisen aan ruimtegebruik en huisvesting.

Werkgevers sturen weer op aanwezigheid

De financiële sector laat zien hoe sterk thuiswerken inmiddels is ingeburgerd. Volgens Eurofound verviervoudigde het aandeel thuiswerkers in deze sector tussen 2015 en 2024 tot ruim 50%. Tegelijk groeit bij werkgevers de behoefte om werknemers weer vaker gezamenlijk op kantoor te laten werken.

ABN Amro wil werknemers bijvoorbeeld verplichten minimaal de helft van hun werktijd op kantoor aanwezig te zijn. De bank noemt hogere productiviteit en een sterkere teamgeest als redenen. Daarmee ontstaat een tegenbeweging: thuiswerken blijft bestaan, maar werkgevers zoeken nadrukkelijker naar een nieuwe balans tussen flexibiliteit en fysieke samenwerking.

Kantoorbezetting wordt minder voorspelbaar

Voor de kantoorpraktijk houdt dit in dat structureel thuiswerken niet automatisch betekent dat kantoren verdwijnen. De vraag verschuift eerder naar hoe en wanneer ruimte wordt gebruikt. Wanneer werkgevers meer aanwezigheid verlangen, kan de feitelijke bezetting opnieuw stijgen zonder dat het hybride werkmodel verdwijnt. Beslissingen over huisvesting, exploitatie en ruimtegebruik vragen daardoor vooral om zicht op het werkelijke gebruikspatroon.

Bron: fd.nl