Starters lopen vast in een woningmarkt zonder beweging

10 augustus 2026 Leestijd: 3 minuten

Starters krijgen niet alleen te maken met hoge woonlasten en schaarste, maar ook met een woningmarkt waarin doorstroming steeds moeilijker wordt. In een opiniestuk op Cobouw waarschuwt een projectontwikkelaar bij een woningcorporatie dat kleine, betaalbare woningen onvoldoende perspectief bieden wanneer bewoners daarna nergens naartoe kunnen doorgroeien.

De woonladder hapert

De auteur beschrijft de starter niet als beleidsmatige doelgroep, maar vanuit zijn eigen perspectief als vader. Zijn zorg is dat jongeren wel zelfstandig willen wonen, maar steeds moeilijker de eerste stap kunnen zetten. Wie eenmaal een kleine huur- of koopwoning vindt, loopt vervolgens tegen dezelfde schaarste aan wanneer de woonbehoefte verandert.

Daarmee verandert de traditionele woonladder volgens hem in een woonfuik. Een startersappartement dat bedoeld was als eerste stap kan een langdurig eindstation worden. Vooral wanneer gezinnen en ouderen minder verhuizen, komen grotere woningen nauwelijks vrij en stokt de hele verhuisketen.

Betaalbaar bouwen is niet genoeg

De kritiek richt zich daarom niet op betaalbaarheid zelf, maar op een te eenzijdige programmering. Meer kleine woningen, sociale huur en middenhuur kunnen de instroom vergroten, maar lossen het probleem niet op wanneer er onvoldoende beweging in de bestaande voorraad ontstaat. In de praktijk komt dit neer op bouwen voor de eerste woonstap zonder zekerheid over de volgende.

Een betaalbare starterswoning biedt pas echt perspectief wanneer de woningmarkt ook ruimte laat om later door te stromen.

Bestaande voorraad beter benutten

Een belangrijk deel van de oplossing ligt volgens de auteur daarom in het slimmer gebruiken van bestaande woningen. Splitsen, optoppen en het stimuleren van doorstroming kunnen woonruimte beschikbaar maken zonder uitsluitend afhankelijk te zijn van nieuwbouw. Ook regels die samenwonen of verhuizen ontmoedigen verdienen daarbij aandacht.

Voor ontwikkelaars en woningcorporaties verschuift daarmee de opgave van aantallen alleen naar de samenhang tussen woningtypen. Niet iedere woning hoeft groot te zijn, maar een voorraad met vrijwel uitsluitend kleine instapwoningen biedt weinig flexibiliteit wanneer huishoudens veranderen.

Bouwen voor levenslopen

De centrale oproep is om minder statisch in doelgroepen en minimale normen te denken en meer in wooncarrières. Dat vraagt om woningen en wijken waarin mensen kunnen verhuizen wanneer hun levensfase verandert. Voor de vastgoedpraktijk betekent dit dat betaalbaarheid, woonkwaliteit en doorstroming niet afzonderlijk kunnen worden geprogrammeerd. Juist de combinatie bepaalt of de woningmarkt ook voor toekomstige starters toegankelijk en bruikbaar blijft.

Bron: cobouw.nl